skip to Main Content
Est. JUNI 2015

Dafne Schippers doet mij hoegenaamd niks

Bent u ook zo’n patriot als het gaat om Nederlandse sportprestaties? Voelt u ook een raar soort trots opspelen wanneer iemand in een oranje shirtje zijn of haar tegenstander van jetje geeft? Of ze nou Sven Kramer, Kjeld Nuis, Tom Dumoulin, Max Verstappen, Lieke Martens, Annemiek van Vleuten of Anna van der Breggen heten, en of ze nou aan schaatsen, voetballen, wielrennen of autoracen doen. Het bloed gaat toch even sneller stromen bij een Nederlandse wereldprestatie.

Raar eigenlijk wel. Want waarom zou je je trots voelen op iets waar je eigenlijk part noch deel aan hebt? Kijk, dat je trots bent als je kinderen iets gepresteerd hebben, logisch. Daar heb je tenslotte zelf de hand in gehad. Of als je na jarenlang ploeteren eindelijk je felbegeerde diploma hebt gehaald, begrijpelijk. Heb je immers zelf hard voor gewerkt. Maar trots, omdat Jeffrey Hoogland goud pakt op de baan? Omdat ie toevallig in hetzelfde land is geboren? Vreemd natuurlijk, maar we dwalen af.

Dit artikel lees je gratis. Als het bevalt kun je onderaan een kleine bijdrage doen, zodat ik dit soort artikelen kan blijven schrijven

Ik heb ’t zelf trouwens ook hoor, die ongepaste trots. We zijn kampioen, krijste ik in m’n hoofd toen de Nederlandse voetbalmeiden de Europese beker in de hoogte hielden. We hebben ’t toch maar weer geflikt, dacht ik toen Tom Dumoulin de Giro won. En ooit worden we wereldkampioen, denk ik iedere keer als Max Verstappen weer een gewonnen Grand Prix op z’n c.v. bijschrijft.

Eén Nederlandse sporter kan ik echter maar niet in m’n armen sluiten. Dafne Schippers. Heb ik he-le-maal niks mee. Maar kennelijk ben ik de enige – althans in Nederland. Want ze schijnt hier bijzonder populair te zijn. Logisch, want wat ze presteert is ook nogal niet niks. En veel Hollandser qua uiterlijk wordt het evenmin. Maar mij doet ze hoegenaamd niks. En ik probeer al tijden te achterhalen wat Dafne mist en wat al die andere Nederlandse sporters kennelijk wél hebben.

Volkskrant-journalist Mark van Driel zette mij vanochtend wellicht op het juiste spoor. In een uiterst kritisch betoog (Mmm, ik hou van kritisch!) analyseerde hij Schippers en haar prestaties. Hij kwam daarbij tot vijf tips aan het adres van Dafne (Ik heb ’t nog niet gelezen, de repliek, maar ik kan me zo voorstellen dat Van Driel vanuit ’t Schippers-kamp al behoorlijk wat draaien om z’n oren heeft gekregen; waar hij ’t gore lef en vooral de arrogantie vandaan haalt. En of de azijn soms weer in de aanbieding was).

Dat was niet mijn reactie. Integendeel. Ik dacht steeds bij ’t lezen van weer een alinea: Hmm, ja, zit wat in. Dat ze moet nadenken of ze ’t nog wel leuk vindt, omdat ze soms de indruk wekt van niet. Dat ze de oorzaak van teleurstellingen misschien ook ‘ns een keer bij zichzelf moet zoeken. Dat ze geen onzin moet verkondigen (’t niveau is niet gegroeid, Schippers is minder snel geworden). Dat ze als sportief zondagskind ‘ns moet proberen te leren van tegenslag.

Ik vond ze wel hout snijden, de punten van Van Driel. Zijn argumenten zouden ook heel best de oorzaak kunnen zijn dat ik Dafne – in tegenstelling tot al die andere Nederlandse kanjers – maar niet kan omarmen. Terwijl ik écht mijn best doe om haar leuk en goed en aardig en geweldig te vinden. Het wil me alleen maar niet lukken. Sorry. •

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen. Reuze makkelijk, via bijvoorbeeld iDEAL. Bedankt alvast!

Mijn gekozen waardering € -
Back To Top