skip to Main Content
Est. JUNI 2015
De Nieuwe Cruijff: Van Ruiter Tot Blanker En Van Vanenburg Tot Nouri

De Nieuwe Cruijff: van Ruiter tot Blanker en van Vanenburg tot Nouri

Kroonprinsen zijn van alle tijden. In de schilderkunst aast men op de Nieuwe Rembrandt, en in de muziek wil men maar wat graag een tweede Elvis of Beatles ontdekken. De vergelijking met de grootheid uit het verleden pakt echter maar zelden goed uit. Het blijkt eerder een vloek dan een zegen. “De Nieuwe Cruijff, noemden ze me. Ik kon er niet mee omgaan.”

Sjoerd Ruiter

De Nieuwe Cruijff. Sjoerd Ruiter is in 1969 de eerste. Ruiter is zeventien jaar als hij met Oranje een jeugdinterland tegen West-Duitsland speelt. Sportjournalistieke grootheid Maarten de Vos is één van de toeschouwers. Sjoerd Ruiter, een tweede Cruijff, zet hij in koeienletters boven zijn verslag in weekblad De Tijd.

Ruiter schrok zich kapot van die vergelijking, bekende hij in de Volkskrant. “Ik was niet zo’n lefgozertje. In postuur had ik wel wat van hem weg, maar Cruijff stond steviger op zijn benen”, aldus Ruiter. De vergelijking was onverantwoordelijk, meende hij. “Het werd gebracht als een feit. Er was een nieuwe Cruijff. Punt. En vergis je niet hè, Maarten de Vos werd goed gelezen. Nee, ik heb hem er nooit op aangesproken. Simpelweg omdat ik hem nooit meer gezien heb.”

Dit artikel lees je gratis. Als het bevalt kun je onderaan een kleine bijdrage doen, zodat ik dit soort artikelen kan blijven schrijven

John Rep, die destijds met Ruiter in het tweede van Ajax én in John Oranje speelde, moet toegeven dat de vergelijking niet uit de lucht kwam vallen. “Sjoerd leek erg op Cruijff, dat klopte wel”, aldus Rep tegenover Mark van den Heuvel in Panorama. “Met z’n iele koppie en tengere postuur. Maar daarnaast was hij ook gewoon een goede speler.”

Vond ook Johan Neeskens: “Hij had gewoon heel veel weg van Johan Cruijff. De manier waarop hij weg dribbelde van spelers, een slalom maakte, z’n balaannames, zijn manier van opspringen om tackles te ontwijken…”

De vergelijking ging Ruiter niet in de kouwe kleren zitten: “Het maakte de situatie voor mij niet gemakkelijker. Als je goed in je vel zit, ben je er blij mee. Voor mij was het een extra belasting, en misschien geldt dat wel voor iedereen die na mij de nieuwe Cruijff is genoemd. Wie kan zulke druk aan? Achteraf was het belachelijk en zwaar overdreven. Aan deze vergelijking zat geen enkel voordeel, alleen maar nadeel. Als Sjoerd Ruiter was ik een goeie voetballer. Maar geen Nieuwe Cruijff.”

Rep herinnert het zich nog goed: “Sjoerdje wist even niet meer hoe-ie moest lopen. Ik zie dat verhaal in de krant nog zo voor me. Maarten had het enorm geromantiseerd, maakte echt een soort supervedette van Sjoerd. Achteraf bezien is dat artikel niet zo goed geweest voor hem. Sjoerd was een hele vriendelijke, lieve jongen. Toen hij weg was bij Ajax, hoorde je ook wel zeggen dat-ie karakter tekort kwam, maar wat er precies aan scheelde, hoorde ik pas veel later.”

Wat er precies aan scheelt? Faalangst, een chronisch gebrek aan zelfvertrouwen, en tot slot zelfs serieuze psychische problemen. Een opmerking (“Cruijff heeft meer talent in z’n kleine teen dan jij in je hele lichaam”) van Han Grijzenhout, zijn trainer bij Ajax 2, helpt ook al niet. Gevolg: al op negentienjarige leeftijd, nog voor zijn debuut in de hoofdmacht, zet Sjoerd Ruiter een punt achter Ajax.

Interesse is er te over. Go Ahead Eagles, FC Antwerp, Standard Luik, FC Amsterdam – ze willen hem allemaal hebben. Maar Ruiter is niet geïnteresseerd.

In 2017 overlijdt Sjoerd Ruiter op 65-jarige leeftijd.

Ton Blanker

Net als Sjoerd Ruiter komt Ton Blanker als vijftienjarige bij Ajax terecht. Een lefgozer is hij, met schijt aan alles, een geweldige techniek, blakend van het zelfvertrouwen en sterk bovendien. Een nieuwe Cruijff, wordt al snel gefluisterd. Wéér een nieuwe Cruijff.

Binnen een maand slaat het noodlot toe. Blanker botst met z’n brommer op een boom, waarbij hij beide dijbenen op meerdere plaatsen breekt. Z’n profcarrière, nog voor die is begonnen, hangt plotseling aan een zijden draadje. Na een acht uur durende operatie, zeggen de doktoren dat er van normaal lopen nog maar weinig terecht zal komen. Laat staan voetballen. Om van topniveau helemaal maar te zwijgen.

Maar Ton Blanker toont een enorme veerkracht. Hij zegt tegen zijn ouders dat hij over een half jaar weer op het veld zal staan, en voegt zowaar de daad bij het woord. Blanker knokt zich terug, en hoe. In 1979 maakt hij zelfs zijn debuut in de hoofdmacht. Maar eenmaal daar, volgt al vrij snel de anti-climax. “Eenmaal in het eerste”, blikt Blanker terug in het boek Leerschool Ajax van Rik Planting, “was mijn eerste gedachte: is dit het nu? Is dit nu waarom ik me al die jaren te pletter heb geknokt?

Het probleem? Hij heeft moeite met het keurslijf waarin hij bij Ajax 1 wordt geperst. Eigen initiatief nemen en voetballen op instinct is er plotseling niet meer bij. Opdracht uitvoeren en mond houden, is nu ineens het credo. Geen spontane actie maken, maar kaatsen met opkomende middenvelders. “Ik had altijd op mijn instinct gespeeld, dacht totaal niet na over wat ik deed. Ik was snel, sterk in één-tegen-één situaties. Maar van die kwaliteiten werd nooit meer gebruik gemaakt.”

Daarbij ligt Blanker ook nog eens voortdurend overhoop met Søren Lerby. “Dat geblèr van die jongen was verschrikkelijk”, zegt Blanker, die een hartgrondige hekel aan de Deen ontwikkelt. “Ik heb echt een paar keer op het punt gestaan hem een stomp voor z’n rode kop te geven. Hoe vaak ik hem niet heb gesmeekt zijn grote bek te houden. En dan kwam hij weer: ‘Jij bent een eigenwijze klootzak.’ Dan kon ik z’n adamsappel er wel uittrekken.”

Na een jaar weet Blanker het dan ook zeker. Weg van hier. Weg van de druk, weg van Lerby, weg bij Ajax. Hij vertrekt naar Portugal, maakt twee stops in Spanje, gaat naar Excelsior, trouwt met de mooiste Dolly Dot Anita Heilker, doet Volendam aan, om uiteindelijk te eindigen in België.

Niet echt een loopbaan die de Nieuwe Cruijff recht doet, maar de gifbeker moet helemaal leeg: het is augustus 1994, als in een Amsterdamse woning zware wapens en liefst negentig kilo cocaïne wordt gevonden. Volgens getuigen werden deze wapens en drugs vervoerd door een auto die op naam staat van Blanker. Een jaar later wordt hij, in hoger beroep, veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar. “Een schandalige vervoordeling”, aldus Blanker in Leerschool Ajax, “op basis van een valse beschuldiging. Ik heb al die tijd ten onrechte in de gevangenis gezeten.”

Breken doet de gevangenis hem niet. Tegenwoordig bestiert Ton Blanker een fitnesscentrum in Castricum.

Gerald Vanenburg

Het is 1983, en Oranje onder 19 wordt door de mondiale pers getipt als de nieuwe wereldkampioen. Het door Kees Rijvers gecoachte team bulkt dan ook van het talent. Marco van Basten, Mario Been, Johnny van ’t Schip, Rob de Wit. Om je vingers bij af te likken. Dé vedette en nummer 10 van het team luistert echter naar de naam Gerald Vanenburg. Hij geldt als het grootste talent van Nederland. Beter dan voornoemde Van Basten, beter dan Rijkaard. De nieuwe Cruijff, heet het.

Aad de Mos, destijds trainer van Ajax, zei het zo: “Je had Garrincha, je had Cruijff, en toen kwam Vanenburg. Zo was het voor mij.” En Marco van Basten: “Hij was beter dan ik was. Vanenburg was hét grote talent dat het Nederlandse voetbal zou helpen en redden.”

Hij debuteert op z’n zeventiende in Ajax 1. De fans vallen bij bosjes in katzwijm. Vaantje, wordt hij liefkozend genoemd. En Geraldinho. De film Van Straat tot Stadion laat er helemaal geen twijfel meer over bestaan. Vanenburg is de nieuwe Cruijff. Uiteindelijk valt er op zijn carrière ook maar weinig aan te merken. Acht landstitels, vijf bekers, 42 interlands, Europees kampioen met Oranje. Me dunkt. Toch ontbreekt het cachet dat hoort bij de loopbaan van de Nieuwe Cruijff. Vindt Vanenburg zelf ook.

“Als voetballer was ik veruit de beste”, blikte hij in 2007 terug in Voetbal International. “Dat voelde ik ook zo. Het is dan heel moeilijk om, vanuit dat gegeven, los te komen van wat er later gebeurde.”

Wat er later gebeurde. Tussen Johan Cruijff – van voorbeeld via zijn collega tot zijn trainer geworden – en Vanenburg botert het niet. Cruijff eist zakelijkheid, Vanenburg wil het speelse behouden. Vanenburg staat bovenaan in het Voetballer van het Jaar klassement, maar Cruijff zet hem steeds vaker op de bank. Om weerstand te kweken, zegt de coach. “Qua techniek is Vanenburg beter dan Van Basten en Rijkaard, maar het rendement van die twee ligt veel hoger.”

Uiteindelijk kiest Vanenburg in 1986, rancuneus en gefrustreerd, voor aartsrivaal PSV. Bij Ajax wordt hij opgevolgd door de Utrechtse balafpakker Jan Wouters.

Bij PSV, samen met onder anderen Ruud Gullit en Ronald Koeman, beleeft Vanenburg topjaren. Drie landstitels achtereen. De Europa Cup I. En dan ook nog eens de Europese titel met Oranje als toetje. Maar toch. Als men het heeft over die gouden generatie, valt nooit zíjn naam. Gullit, Rijkaard, Van Basten, Koeman. Geen Vanenburg.

Johan Cruijff, inmiddels trainer in Barcelona, geeft hem in VI na het EK van 1988 het verbale nekschot. “Hij is niet iemand van de beslissende pass of beslissende dribbel. Dat kan hij niet, daar mist hij de persoonlijkheid voor”, zegt Cruijff. Om daar nog aan toe te voegen: “Gerald Vanenburg is geen leider, daar heeft hij de stem niet voor.”

Boem.

Van de één op de andere dag is hij die speler met die piepstem.

Gerald Vanenburg heeft die ultieme vernedering nooit kunnen verwerken. Logisch, meent Aad de Mos in het boek Sportlegendes. “Als jij en ik het zeggen, maakt het niet zoveel uit, maar als een van de beste spelers van de wereld dat zegt, ben je getekend voor het leven, helaas.”

En Vanenburg zelf? “Wat moest ik ermee? Het is lachwekkend. Alsof hij zelf zo’n geweldige stem heeft. Pure lulkoek! Dan was ik toch wel zanger geworden!”

Nordin van Schuppen

Nordin van Schuppen heeft geen gemakkelijke jeugd. Hij brengt jaren door in internaten en pleegezinnen. Een instabiele thuisbasis, heet dat. Maar hij heeft wél een van god vergeven talent. Beter dan Van Basten, staat er boven een krantenartikel over hem. De nieuwe Cruijff, eindelijk, wordt er gefluisterd. “Het meest waardevolle bezit van Ajax”, noemt Cruijff hem zelfs.

Ronald de Boer speelt jarenlang met Van Schuppen in de jeugd. “Hij was zo’n ongelooflijk mooie voetballer”, vertelt de ex-aanvaller tegen Ajax.nl. “Eén van de allerbeste technici die we hadden. Die gozer kon zó goed voetballen. Hij was alleen ook heel flegmatiek. En zijn mentaliteit was niet goed genoeg. Bij kritiek gooide hij z’n kont tegen de krib en had hij het gevoel dat mensen de pik op hem hadden.”

Van Schuppen wordt gezien als onhandelbaar, dwars en opstandig. Daardoor komt het voor dat hij af en toe niet komt opdagen of niet doet wat er van hem wordt gevraagd. Geen mentaliteit, heet dat samengevat.

Typerend, dit voorbeeld in Leerschool Ajax. Training onder jeugdtrainer Louis van Gaal. Bal wordt over het hek geschoten. “Schuppen gaat de bal halen”, buldert de stem van Van Gaal over het veld. Aanvankelijk gaat Van Schuppen nog richting de bal, zich afvragend Waarom ik? Heb ik soms straf? Maar halverwege bedenkt hij zich, en loopt linea recta richting de kleedkamer. Om voorgoed uit de Meer te vertrekken.

Bij Van Schuppen overheerst jaren later nog steeds de teleurstelling van het gemis aan wat had kunnen zijn. “Ik had iets geweldigs groots voor me liggen en ben geëindigd met niets.”

Tarik Oulida

Tijdens de wederopstanding van Ajax in de jaren negentig, geboetseerd door Johan Cruijff maar vorm gegeven door Louis van Gaal, bonkt ene Tarik Oulida op de deur. Van de bovenmatig getalenteerde lichting is Oulida Cruijffs oogappel. Maar uitgerekend zíjn ontwikkeling stokt, omdat Oulida van de eigenwijze Van Gaal nauwelijks kansen krijgt. Cruijff noemt hem één van de grootste talenten die hij ooit heeft gezien, maar Van Gaal geeft de voorkeur aan de onvervalste teamspelers Winter en Davids.

Cruijff laat dit vanuit Barcelona luidkeels weten, en Oulida noemt de steun vanuit Catelonië cool: het eerste Cruijff-Van Gaal-conflict is geboren. Tarik Oulida wordt er het slachtoffer van. Onder bewind van Van Gaal komt de Nieuwe Cruijff gedurende drie seizoenen Ajax slechts in zeventien wedstrijden aan spelen toe. Hij gaat naar Spanje, maar wordt pas in Japan, bij Grampus Eight, een vedette. Maar een nieuwe Cruijff? Nee.

Eind goed, al goed? Mwoah. In 2017 haalt Oulida plotseling weer de Nederlandse krantenkoppen. Van Supertalent naar Superoplichter. Oulida zou in Spanje voor tonnen bedrijven hebben opgelicht, en daarbij zijn familie hebben misbruikt. “Hij is zo’n ongelooflijke schoft”, aldus één van zijn ex-vrouwen.

Het kan verkeren.

Ismaïl Aissati

Net als Marco van Basten, Gerald Vanenburg en Wesley Sneijder, groeit Ismaïl Aissati op in Utrecht. Maar waar menig Utrechts voetbaltalent onmiddellijk naar Amsterdam verkast, vertrekt Aissati naar PSV. Daar debuteert hij als zeventienjarige in de Champions League tegen AC Milan. PSV wint (1-0), en de debutant speelt indrukwekkend. Het begin van het einde?

Zou best ‘ns kunnen, mijmerde de Nederlands-Marokkaanse voetballer op de clubsite van Ajax. Want de verwachtingen komen van de één op andere dag torenhoog te liggen.

“Iedereen had het over die wedstrijd tegen AC Milan, hoe ik op de been bleef tegen Andrea Pirlo, Kaká en Clarence Seedorf. Er lag zoveel druk op mijn schouders. Ik werd de nieuwe Cruijff genoemd. Die druk, daar kon ik niet mee omgaan. Ik ben te snel omhoog geklommen. Vooral na die thuiswedstrijd werd het heel erg moeilijk voor mij. Ik had een basisplaats, speelde goed, en vervolgens sprak heel Europa erover. Als ik het over mocht doen, dan was ik liever minder opgevallen. Dat is een mentale kwestie.”

Niet dat Aissati vervolgens in een bodemloze put viel. Want via Ajax, Rusland en Turkije, schopte hij het zelfs nog tot Marokkaans international. De aanvankelijke belofte kon hij echter nimmer inlossen.

Abdelhak Nouri

Geloof het of niet, maar Appie Nouri werd als tienjarige (!) al vergeleken met Johan Cruijff. Die eer komt toe aan Henk Spaan, die in 2009 eens jurylid was van het Torneo del Futuro in Amstelveen. Nouri werd, dankzij Spaan, verkozen tot beste speler van het toernooi.

“Ik dacht meteen aan een nieuwe Cruijff, of zoiets”, weet Spaan zich in het Algemeen Dagblad  te herinneren. “Het talent spatte er vanaf. Zó goed in de kleine ruimte. Zo veel techniek en inzicht. Zulke fijne aannames. En een voortzetting die altijd een versnelling oplevert. () Hij is ook een echte leider. Ik heb gezien dat hij voor een wedstrijd geblesseerd was, maar toch de warming-up van de groep leidde. Echt een baas.”

In 2016, nog voor zijn debuut in Ajax 1, pareert Nouri zelf al in VI: “Die vergelijking mag je nooit maken. Meneer Cruijff is misschien wel de beste ooit ter wereld. Ik kende al zijn filmpjes, ik had een video van hem, die heb ik misschien wel duizend keer afgedraaid.”

De rest is geschiedenis. Door een hartstilstand in de zomer van 2017, zal Nouri voor altijd last houden van een hersenbeschadiging. We zullen nooit weten hoe dicht hij in de buurt van JC had kunnen komen.

Frenkie de Jong

Tenslotte Frenkie de Jong. Het zijn dit keer eens niet de media of de fans die de vergelijking met Cruijff maken. Het is de Europese voetbalbond UEFA. Dat stelt op z’n website een lijst samen met Europa’s grootste talenten: op wie moet de voetbalfan letten in 2018.

Op UEFA-lijst prijken vijf spelers uit de eredivisie. Frenkie de Jong, Matthijs de Ligt, Justin Kluivert en David Neres namens Ajax, Hirving Lozano van PSV. Bij De Jong prijkt de aantekening: “De volgende Johan Cruijff, niets meer en niets minder.” •

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen. Reuze makkelijk, via bijvoorbeeld iDEAL. Bedankt alvast!

Mijn gekozen waardering € -
Back To Top