Op 30 januari 1991, in een tijd dat vrouwenmoord bij ons nog geen femicide heette,…
De Papiermolenmoord: hoe die ene keer dat ze alleen naar huis fietste Annet (15) fataal werd
In mei 1985 spreekt het gerechtshof in Leeuwarden Gerard G. in hoger beroep vrij. Met die beslissing krijgt de brute moord op de vijftienjarige Annet van Akkeren uit de Rivierenbuurt in Stad (op 8 maart 1982) definitief het stempel ‘onopgelost’. Onverteerbaar, vinden haar vriendinnen en nichtjes ook ruim veertig jaar later nog. ‘Annet verdient gerechtigheid.’
De moord op Annet van Akkeren gaat de boeken in als de Papiermolenmoord. ‘Verschrikkelijk, die naam’, vindt haar nichtje Jacqueline. Want daarmee wordt de moord op Annet in haar ogen gereduceerd tot een zaak. ‘Annet was een persoon, een heel sociaal meisje dat geen vlieg kwaad deed, dat toevallig werd vermoord bij De Papiermolen.’
Annet van Akkeren, eigenlijk Antje, wordt geboren op 1 maart 1967. Ze groeit op in de IJsselstraat, in de Rivierenbuurt in Stad. De band met de familie is hecht. Annet is twee handen op één buik met haar even oude nichtje Karin. Samen nemen ze vaak Jacqueline, het zes jaar jongere zusje van Karin, op sleeptouw. ‘Om slootje te springen of om een ijsje te eten bij café Friescheveen.’
Annet gaat naar de Mulock Houwer-school aan de Merwedestraat in Stad. Na de lagere school doet ze atheneum aan het Heymans College – het tegenwoordige H.N. Werkman Stadslyceum aan de Nieuwe Sint Jansstraat. Ze kan goed leren en is al vroeg zelfstandig. Moet ook wel, als kind van gescheiden ouders. Ze woont bij haar moeder, die fulltime werkt op de parfumerie-afdeling van de V&D aan de Grote Markt in Stad.
Supersociaal meisje
Net als Annet groeien ook de drie vriendinnen Pauline, Antoinette en Bianca op in de Rivierenbuurt. ‘Vanaf de kleuterschool tot aan 3 atheneum zaten we bij elkaar in de klas’, zegt Pauline. ‘De Rivierenbuurt was een echte arbeidersbuurt’, weet Antoinette. Bianca: ‘Zoals dat vroeger ging: de vaders kende je niet, die waren altijd aan het werk. Wij speelden altijd buiten. Voetballen, verstoppertje spelen, deurtje bellen.’
Pauline: ‘We kwamen ook wel eens bij Annet over de vloer. Ik weet nog dat ze zo’n hele grote zolder hadden, die lag in mijn herinnering vol met speelgoed. Als daar iets bij lag wat je mooi vond, dan mocht je dat gerust meenemen.’
‘Annet was echt supersociaal’, zeggen ze. Als er op een schoolreisje in de slaapzaal niet voor iedereen een bed is, en één van haar klasgenootjes noodgedwongen bij de onderwijzers moet slapen, steekt Annet onmiddellijk haar vinger op. ‘Dan slaap ik wel bij jou’, biedt ze aan. Als er tijdens het schaatsen één vriendinnetje niet kan meekomen, laat Annet zich onmiddellijk afzakken. ‘Typisch Annet.’
Als Annet om elf uur nog niet thuis is, slaat haar moeder Alie onmiddellijk alarm
De vier vriendinnen zijn vaak samen. Behalve in de weekenden. ‘Dan zagen we Annet niet, die zat dan met haar familie in hun zomerhuisje aan het Paterswoldsemeer’, zegt Antoinette.
Bianca: ‘Daar gingen wij ook wel eens naartoe, prachtig was het daar. Ze hadden twee bootjes. Een motorboot en een zeilbootje. Gingen we varen. Mocht ik de giek doen.’
Antoinette: ‘En ze hadden een surfplank! Ik heb daar leren surfen.’
Bianca: ‘Annet was ook gek op dieren. Ze had een hondje, een kat, een hamster en vissen.’
Alleen naar huis op de fiets
Aan het Paterswoldsemeer leert Annet ook Klaas* kennen. Met hem krijgt Annet een relatie. Klaas, voetballer bij GRC en dienstplichtig militair, woont aan de Vondellaan in De Wijert in Stad. Op maandag 8 maart 1982, een week na haar vijftiende verjaardag, is Annet op bezoek bij hem.
Normaliter brengt hij haar naar huis, maar dat gaat nu niet. Klaas is geblesseerd geraakt bij het voetballen en kan haar nu niet naar huis fietsen. Geen probleem, zo lijkt het. Vanaf de Vondellaan, langs zwembad De Papiermolen, door het fietstunneltje van de Braillestraat, is het een minuutje of vijf fietsen naar het huis van haar moeder aan de IJsselstraat, hooguit. Dat moet voor deze ene keer te doen zijn.
Annet moet om elf uur thuis zijn en normaal is ze dat stipt. ‘Toen ze niet thuiskwam, sloeg haar moeder Alie dan ook meteen alarm’, zegt haar nichtje Jacqueline. Er wordt onmiddellijk gezocht, door buurtgenoten, politie en de brandweer. Haar fiets wordt snel gevonden. Die ligt een eindje af van het fietspad, in het plantsoen, in de richting van het zwembad. Maar van Annet is aanvankelijk geen spoor te bekennen.
24 keer gestoken
Pas als het de volgende ochtend weer licht is, wordt Annet op de grote zonneweide van zwembad De Papiermolen levenloos gevonden. Ze blijkt op brute wijze om het leven te zijn gebracht. Er is niet minder dan 24 keer met een mes op haar in gestoken.
Annet moet geweldig hebben gevochten. Ze was niet iemand die zich als een mak lammetje liet meevoeren
‘Van de politie’, zeggen haar vriendinnen, ‘hoorden we dat ze daarbij ook alle krasjes op haar vingers meetelden. Daaruit blijkt wel dat ze geweldig moet hebben gevochten. Annet was ook zeker niet iemand die zich als een mak lammetje liet meevoeren.’
Bij haar familie en vriendinnen slaat de moord – uiteraard – in als een bom. Jacqueline: ‘Ik weet nog dat mijn zus Karin zó boos en vastberaden was, dat ze ’s avonds uitdagend gekleed langs De Papiermolen fietste, met een ketting in de aanslag, in de hoop dat ze de dader nog eens tegen zou komen.’
De rector van het Heymans College komt op de dinsdagochtend na de moord Annets klas binnen om te vertellen wat er is gebeurd. De man komt nauwelijks uit zijn woorden en hangt een onsamenhangend verhaal op. Pas als hij na tien minuten afsluit met ‘…En Annet is aan de gevolgen daarvan overleden…’ beseft iedereen dat er een nacht eerder iets verschrikkelijks is gebeurd.
Belangrijke getuige S.
Al op de dag na de moord meldt zich één belangrijke getuige bij de politie. Het is S., een man die woont aan de Couperusstraat in Stad, een straat die evenwijdig loopt aan de Vondellaan. S. wordt later zelfs gehoord onder hypnose, opdat hij nog dieper in zijn geheugen kan graven.
Op het moment dat Annet moet zijn vermoord, laat S. in de buurt van De Papiermolen zijn hond uit. Om 23.18 uur hoort hij in de verder stille nacht een ‘ijselijke gil’. Die moet wel van Annet zijn geweest, concludeert de politie. Vervolgens ziet S. ook nog een man wegfietsen. Op de plek waar die man op zijn fiets stapt, loopt zijn hond nog even uitgebreid te snuffelen, herinnert hij zich.
Ook de vriendinnen van Annet worden gehoord. De politie wil vooral weten of hen in de weken voorafgaande aan de moord nog wat was opgevallen, dingen die in die periode anders dan anders waren. Ze kunnen de politie maar weinig handvatten bieden.
Verdachte te pakken
Het Nieuwsblad van het Noorden schrijft op 15 mei 1985 in een reconstructie dat de politie al vrij snel na de moord een verdachte te pakken heeft. De politie brengt dat echter nooit naar buiten. Het is een jongeman die Annet volgens de krant (goed) kent en die haar die maandagavond even voor elf uur vrijwel zeker bij haar vriend Klaas aan de Vondellaan heeft zien vertrekken.
Onduidelijk is ook waarom de politie deze verdachte weer heeft laten gaan. Had hij een alibi? En wie verschafte hem dat? Niemand die het zoveel jaar na dato met zekerheid kan zeggen. ‘Heeft de politie deze eerdere verdachte niet te snel weer laten lopen?’, vraag het NvhN zich in 1985 af.
Onderzoek muurvast
Het onderzoek naar de moord op Annet van Akkeren komt al gauw muurvast te zitten. Al in juni 1982, dus amper drie maanden na de moord, wordt het rechercheteam ontbonden en het onderzoek gesloten. ‘Ik weet nog goed dat ik dat te horen kreeg. Vond ik niet leuk om te horen’, zegt Annets vriendin Antoinette. Omdat op dat moment ook nog eens de negenjarige Digna van der Roest uit Stad vermist raakt (en naar later zou blijken vermoord), verdwijnt de zaak-Annet van Akkeren uit de publiciteit.
Tot het najaar van 1982. Opnieuw heeft de politie een verdachte te pakken: het is de 21-jarige Gerard G., werkzaam bij de gemeente en woonachtig aan de Couperusstraat. Het verleden van G., die een beetje een outcast is, is niet brandschoon. Hij heeft, met een slok op, al een aantal keren eerder meisjes aangerand. Zijn modus operandi was steeds dezelfde geweest: achter de meisjes aan fietsend had hij hen betast.
Echter, op het moment dat getuige S. op 8 maart rond 23.10 uur zijn hond ging uitlaten, was hij deze G. tegengekomen in het trappenhuis van hun portiekwoning aan de Couperusstraat. G. was toen net thuisgekomen van een vakbondsbijeenkomst. Omdat de ‘ijselijke gil’ acht minuten later werd gehoord door getuige S., en G. dus onmogelijk de moordenaar kan zijn, wordt deze weer heengezonden.
‘Ik heb het gedaan’, bekent G., nadat de politie in 1984 toch weer bij hem terechtkomt
Politie komt terug bij Gerard G.
Dan blijft het weer lange tijd stil. Bijna anderhalf jaar maar liefst, tot maart 1984. Dan komt de politie tóch weer bij Gerard G. terecht. G. wordt verhoord over een andere aanranding en bekent, nadat hij vierentwintig uur in een politiecel heeft gezeten, plotseling dat hij de moordenaar van Annet is. ‘Ik heb het gedaan’, zegt hij.
Is dat een bekentenis onder druk en vermoeidheid geweest? Niet veel later trekt hij zijn bekentenis namelijk weer in. De politie is er niettemin van overtuigd dat G. de dader is. Onderzoeksleider Kasper Doornbusch spreekt in relatie tot de ‘ijselijke gil’ en de vluchtende fietser inmiddels van een ‘dwaalspoor’. G. heeft het gewoon gedaan, klaar. Het Openbaar Ministerie weet vervolgens ook de rechter te overtuigen. Die legt G. in december 1984 een gevangenisstraf op van vier jaar plus tbr (het tegenwoordige tbs).
Dit vonnis volgt ondanks een aantal onduidelijkheden die nooit zijn opgeklaard. Uit veel aanwijzingen denkt de politie namelijk dat Annet en haar moordenaar elkaar moeten hebben gekend. Onder meer twee aan elkaar evenwijdige (fiets)bandensporen wijzen erop dat Annet en de dader naast elkaar het plantsoen in moeten zijn gefietst. ‘Dat zou ze nóóit doen met iemand die ze niet kende’, verklaren bekenden van haar destijds. Gerard G. en Annet kenden elkaar niet.
De zonneweide van De Papiermolen
Dan de plek waar ze werd gevonden: op de grote zonneweide van De Papiermolen, achter een hoog hek. Wie destijds zonder kaartje bij de Papiermolen naar binnen wilde glippen, moest óf over dat hek klauteren, óf om het hek heen door een sloot. Zonder natte voeten op te lopen lukte je dat niet.
G. – een tamelijk logge, ongetrainde vent – had in zijn aanvankelijk bekentenis verklaard dat hij, terwijl hij Annet achtervolgde, twee keer over een sloot was gesprongen. Dat hem dat was gelukt zonder nat pak te halen is opmerkelijk. Een getrainde agent die tijdens de reconstructie precies hetzelfde deed, hield het tot twee maal toe namelijk niét droog.
Vrijspraak in hoger beroep
Verdachte G. gaat met zijn advocaat mr. Eric Hulleman in hoger beroep. Dat dient op 14 mei 1985 dient in Leeuwarden. Mr. Hulleman maakt daar vervolgens gehakt van het vonnis van de Groningse rechtbank. Hij brengt de eerste verdachte te berde (hij had er over gelezen in het politiedossier), die volgens getuige S. bovendien veel meer gelijkenis met de wegfietsende man vertoonde dan zijn veroordeelde cliënt G.
Hulleman maakt bovendien een punt van de door de politie gehanteerde tijdslijn. Die kán namelijk niet kloppen. Als getuige S. verdachte G. om 23.10 uur in het trappenhuis van hun portiekflat is tegengekomen, kan deze acht minuten later nóóit de moord hebben gepleegd, betoogt hij.
Rechtbankpresident De Zoete is het met hem eens. En dus wordt Gerard G. vrijgesproken.
Definitief ‘onopgelost’
Daarmee komt het onderzoek naar de moord op Annet van Akkeren definitief met het stempel ‘onopgelost’ op de plank te liggen. In 2000, als de zaak in juridische zin verjaart, wordt het dossier zelfs vernietigd, krijgt Annets nichtje Jacqueline van justitie te horen.
Moord op Annet van Akkeren is verjaard
Sinds 2006 is moord een misdrijf dat in Nederland niet meer verjaart. Tot dat jaar gold in Nederland een verjaringstermijn van achttien jaar. Dat betekent dat moorden die in 2006 verjaarden juridisch niet meer kunnen worden opgelost.
Dat geldt dus ook voor de moord van Annet van Akkeren uit 1982. Die verjaarde in 2000. En een moord die is verjaard blijft verjaard.
‘Los van het feit dat dit een zeer ernstig delict betreft,’ zegt het Openbaar Ministerie over deze zaak, ‘is er geen juridische basis voor vervolging, waardoor we inhoudelijk ook niet op vragen in kunnen gaan.’
Was De Papiermolen in de jaren vóór de moord een plek waar bijna iedere vrije minuut (met mooi weer) werd doorgebracht – na 8 maart 1982 zetten de vriendinnen van Annet geen stap meer binnen de poort van het zwembad.
Ik kan nog altijd niet langs De Papiermolen rijden zonder aan Annet te denken
‘Ik kan nog altijd niet langs De Papiermolen rijden zonder aan Annet te denken’, zegt Annets vriendin Bianca. Ze zijn er ook nooit meer geweest. Antoinette: ‘Ik heb nooit meer een stap in het zwembad gezet. Dan kon ik gewoon niet.’
Annets kamertje onaangeroerd
De ouders van Annet van Akkeren hebben de moord op hun dochter nooit kunnen verwerken. Haar vader ging er letterlijk aan onderdoor, terwijl haar moeder het er later nooit meer over wilde hebben. Ook zij overleed min of meer aan de gevolgen van de moord. Ze heeft zolang ze kon de kamer van Annet ook altijd volkomen onaangeroerd in de oude staat gelaten. Alsof haar dochter ieder moment weer thuis kon komen.
‘Er is voor ons als familie sowieso nooit enige nazorg geweest’, zegt Jacqueline. ‘Ook daar heeft de politie behoorlijke steken laten vallen.’
Annets moeder overleed in 2024. Enkele familieleden trokken vervolgens de stoute schoenen aan om bij de politie toch nog maar eens te informeren, of er van die kant niet nog iets over de zaak te melden viel. Er deden namelijk veel ‘wildwestverhalen’ de ronde. Jacqueline: ‘Van Annets moeder, mijn tante, hoorden we niks. We wisten dus ook niet wat de politie haar destijds over de moord en het onderzoek heeft verteld.’
Bij de politie kreeg de familie echter meteen te horen dat de zaak sowieso niet zou worden heropend, omdat ze is verjaard. Er werd hen bovendien verteld dat er helemaal geen dossier-Annet van Akkeren meer is. “Alles van voor 1988 is vernietigd’, kregen we te horen. Wat ze ons vertelden, over waar ze is gevonden bijvoorbeeld, kun je al googelend ook gewoon op internet vinden.’
‘Er zijn mensen die meer weten’
Eén van de ‘wildwestverhalen’ die de ronde doen, is het relaas van ene J. Middel, die ten tijde van de moord in de Couperusstraat tegenover verdachte G. woonde. ‘De politie kampte destijds met tunnelvisie’, schrijft hij op internet, ‘en laat ik nou precies weten wie de dader is…’ Verschrikkelijk om te lezen, dat soort dingen, vindt Annets nichtje Jacqueline. ‘Als je iets weet over de moord, dan ga je daar toch mee naar de politie!?’
Zolang we over Annet blijven praten, blijft ze toch een beetje bij ons
Ook Derk Eimers, oud-schoolgenoot van Annet, is ervan overtuigd dat er mensen zijn die meer weten. Eimers zat op Mulock Houwer met Annet in de redactie van de schoolkrant. Hij beet zich als journalist jaren geleden al eens vast in de zaak. Zo sprak hij onder meer met een getuige, die zei te weten wie de dader was.
‘Maar uit angst voor represailles durfde deze getuige nooit naar de politie te stappen. Honderd procent zeker weten doe ik het niet, maar deze getuige kwam op mij heel betrouwbaar over.’
Of er ooit nog iemand met de waarheid naar buiten zal treden is maar de vraag, zeker nu de zaak in juridische zin verjaard is. De nabestaanden vinden dat maar moeilijk te verkroppen, ook al dateert de moord alweer van 44 jaar geleden.
‘Annet verdient gerechtigheid’
‘Ik kan me daar na al die jaren nog heel erg boos om maken, dat er nooit iemand voor die moord is gestraft’, zegt één van de vriendinnen. ‘Ik zou er veel voor over hebben als dat alsnog gebeurt. Want Annet verdient gewoon gerechtigheid.’
Alles wat Antoinette, Pauline en Bianca kunnen doen, is blijven praten over hun vriendin. Tien mensen uit haar Mulock Houwer-klas komen sinds een jaar of tien jaarlijks bij elkaar, voor een borrel. ‘Dan komt het gesprek natuurlijk al gauw op Annet’, zeggen ze. ‘Niet voor ons, want wij zullen Annet nooit vergeten, maar voor anderen is de zaak op een gegeven moment toch wat in de vergetelheid geraakt. Maar ik denk: zolang je over Annet blijft praten, blijft ze toch een beetje bij ons.’
Dit verhaal verscheen eerder op RTVNoord.nl.






