skip to Main Content
Est. JUNI 2015
Johan Derksen: ‘Wat Ik Doe Is Legale Oplichting’

Johan Derksen: ‘Wat ik doe is legale oplichting’

“Toen wij rond waren met John de Mol, kwam RTL ineens met blanco contracten aanzetten. Zo van: zeg ’t maar jongens, wat moeten we invullen?” En zo kon het gebeuren dat er voor pensionado Johan Derksen (69) geen sprake is van afbouwen, maar dat hij voor vier jaar vast ligt bij Talpa. Over de blues, Amerika, talkshow-gekkies, en VI. “Wat ik doe is legale oplichting.” Met de groeten uit Grolloo. 

Mensen die hem niet kennen, zijn altijd weer verbaasd als ze hem in levende lijve tegenkomen. Misschien zelfs ’n tikje teleurgesteld. Hoe voorkomend hij wel niet is, en vooral ook hoe geordend. Op het maniakale af. Met ingehouden trots gaat hij voor langs al zijn cd’s en elpees. Zo stonden ze keurig gerangschikt in Elst, Gouda, Utrecht en Oudewater, en zo staan ze ook nu weer keurig in meterslange kasten in Grolloo. Ze staan in een soort van koetshuis achter zijn verbouwde boerderij. “Mijn domein.” Hoeveel het er inmiddels zijn? “Geen idee.” Zo’n dertigduizend, waarschijnlijk. “En allemaal op alfabetische volgorde.”

Een paar uur later steken we de straat over voor ’n lichte lunch bij de kroeg van John Hofsteenge. Dat wil zeggen: Derksen houdt het bij twee espresso’s. Reden: zijn zoveelste powerdieet. Over ’n dikke week begint het nieuwe tv-seizoen weer, en er is geen pak meer dat ‘m past. “Ik heb kasten vol met pakken waarmee ik ’n heel peloton zou kunnen kleden, maar ik kan er geen één meer aan. En ik wil m’n jasje en bovenste knoopje wel graag dicht.” Het zijn de middernachtelijke autoritten die hem nog altijd de das omdoen. “Als ik in ’t holst van de nacht terugkom uit bijvoorbeeld Middelburg, wil ik nog wel ‘ns een benzinestation plunderen.”

Z’n levensloop is onderhand al honderden keren opgetekend. Geboren aan de Kastanjelaan in Heteren, opgegroeid in het Drentse Rolde, als zoon van een autoritaire, gereformeerde politieman. Daar maakte hij, dankzij Harry Cuby Muskee, kennis met de blues. Na twee jaar voetbalinternaat in Deventer, genoot hij schoppend van het leven in de krochten van het betaalde voetbal, in Leeuwarden, Veendam, Haarlem, Meppen en Maastricht. Er volgden 39 jaar voetbaljournalistiek bij Voetbal International, waar hij binnenkwam als jongste bediende en afscheid nam als de grote baas. Intussen kent iedereen hem van zijn niets ontziende tongriem aan de tafel van Voetbal Inside. Als ie er één had gehad, had er vast en zeker media personality op z’n visitekaartje gestaan.

Dit artikel lees je gratis. Als het bevalt kun je onderaan een kleine bijdrage doen, zodat ik dit soort artikelen kan blijven schrijven

Laat je overigens niet foppen door het feit dat zijn hoofd een paar uur per week op tv verschijnt, dat hij in grote delen van het land vijf uur per week op de radio is, en dat hij het land doortrekt met z’n Nederpop-pioniers – het leven van pensionado Johan Derksen staat tegenwoordig toch vooral in het teken van z’n labradoodle Cuby. Vakanties zitten er de afgelopen jaren niet meer in, omdat dat zielig is voor de hond. De Range Rover werd ingeruild voor een Volvo station wagon, omdat dat handiger was voor de hond. In de echtelijke slaapkamer staat intussen het grootste bed ter wereld, omdat er naast het echtpaar Derksen ook ruimte moest zijn voor de hond. En vanwege de hond werd een huis met grote tuin én schutting gezocht (en gevonden).

Hè verdorie, wéér niet gevraagd voor Zomergasten.

Johan Derksen: “Nee, maar het laatste waar ik in geïnteresseerd ben zijn uitnodigingen voor tv-programma’s. Ik ga nergens meer zitten. In de eerste plaats ben ik genoeg op tv, en daarnaast moet ik er twee keer een dikke twee uur voor rijden. Ik ga niet vijf uur in de auto zitten om eventjes beroemd te zijn. Die tijd heb ik echt gehad.”

Is Zomergasten niet de ultieme vorm van erkenning?

“Ja, maar ik ben Louis van Gaal niet. Ik ben niet uit op erkenning. Dat soort dingen interesseert me helemaal niks. Kijk, soms ga je er zitten omdat je iets te promoten hebt. Om te promoten dat we naar Veronica gaan, zaten Van der Gijp, Genee en ik bij Jinek. En als m’n bluesfestival wat reclame kan gebruiken, wil ik ook nog wel ‘ns uitrukken.”

Hoe zou jouw ideale tv-avond eruit komen te zien?

“Die zou wel schokkend zijn. Ik heb pas geleden twee gitaristen hun gang laten gaan, door ze een compleet nummer van zes minuten lang te laten spelen. Werden ze he-le-maal gek in Hilversum. ’t Moet allemaal maximaal een minuutje daar. Anders zijn er misschien kijkers die niet van blues houden die zappen. Die kritiek hoor je nooit als er een reclameblok van acht minuten tussendoor moet, maar wél als een gitarist iets moois doet.”

Tja. Kijkcijfers, hè.

“Ja, maar wij zijn een onderscheidend programma, op alle gebieden. Wij zijn het enige programma in Nederland waarvan de makers zich geestelijk onafhankelijk opstellen. Wij zeggen álles. We hebben geen meel in de mond, omdat we nog een ander baantje willen, of een andere club. Wij zeggen gewoon wat we vinden, en dan onderscheid je je in Nederland enorm. Raar maar waar: we onderscheiden ons ook doordat we muzikanten respecteren. Als wij ze uitnodigen, mogen ze een compleet nummer komen spelen, en hoeven ze niet na één minuutje al weer op te hoepelen. Ze zullen best heel erg machtig zijn als je iets te verkopen hebt, maar ik begrijp echt niet dat musici zich altijd zo laten misbruiken door De Wereld Draait Door. Je hebt toch ook nog gevoel voor eigenwaarde?”

Generatiekloofje, misschien?

“Ik hoor altijd in Hilversum: mensen boven de vijftig zijn niet meer gevoelig voor reclame. Als een oudere jongere z’n hele leven Nivea heeft gebruikt, gaat die vanwege een reclame niet meer over op Dove, zeggen ze daar. Geloof ik niet in. In ben 69, en voor het eerst van m’n leven rij ik in een Volvo. Ook ik ben er kennelijk best gevoelig voor. Kijk, de helft van Nederland is 50+. En da’s ook de helft die een paar centen in de zak heeft. De hypotheek is afgelost, de kinderen zijn de deur uit; die hebben voor ’t eerst van hun leven wat te verteren. Ik heb ’t toch gezien met die theatertour? Allemaal lachten ze me uit, er zou geen hond naar komen kijken. Maar zie: 150 voorstellingen, bijna allemaal uitverkocht, en afgesloten met een uitverkocht Ahoy’. Er ligt een geweldige markt braak voor vijftigplussers, die hunkeren naar leuke dingen. Omroep Max bewijst dat ook, al vind ik Max een zender voor oudere jongeren die al achter de geraniums zitten, en die in caravans in colonne achter elkaar op vakantie gaan. Daar wil ík dan weer niet bij horen. Ik doe ook een radioprogramma voor Rijnmond, Noord-Holland en Drenthe, dat is bij die zenders ’t best beluisterde programma. En ik heb hier in Grolloo een jaarlijks bluesfestivalletje. Twee keer dertienduizend mensen, niks bijzonders. Echt, de markt is er gewoon. Alleen zien ze ’t niet in Hilversum. Voor hen telt die groep niet meer mee. Ze laten ’n geweldige zak met goud staan.”

Je mag dan niet zitten te wachten op erkenning: je hebt de afgelopen jaren heel wat prijzen in de wacht gesleept. De Televizier-Ring, Hoofdredacteur van het Jaar, de Loden Loekie, de Herman Brood Award, de Slechts Geklede Man van het Jaar…

“Interesseert me niks. Kijk, ik ben op m’n 49ste in die tv-wereld verdwaald, maar mijn wereld is ’t niet. Ik zou er ook nooit willen werken. Als de kijkcijfers tegenvallen, lig je eruit, en als de voetbalrechten naar een andere zender gaan, ben je werkloos. Om het erbij te doen is het ideaal, en voor iemand die gepensioneerd is, zoals ik, helemaal. Maar al die prijsjes zeggen me niks.”

Niet eentje die er uit springt?

“Nou, het enige leuke aan die Televizier-Ring – die door Wilfred is weggegrist, waarna Van der Gijp en ik ‘m nooit meer hebben teruggezien – is dat dat een publieksprijs is. Als die van tv-makers had moeten komen, hadden we ‘m nooit gekregen. Maar deze komt van het publiek, en de mening van het publiek moet je respecteren. Dat is ook de kracht van dit programma.”

25 jaar geleden had je nog ’n broertje dood aan tv. Je moest er niet aan denken.

“Nou ja, het was toentertijd gewoon gevaarlijk om herkenbaar naar het stadion te gaan. Moest ik weer rennen voor m’n leven, omdat één of andere gek me op m’n bek wilde slaan. Hugo Borst was destijds eindredacteur van Sport aan Tafel en die belde me. Daar moet ik niet aan beginnen Hugo, zei ik nog, want een fotootje bij m’n column was al te link. Maar Hugo bleef maar aandringen: jij met je zwart-wit mening bent daar heel geschikt voor. Nou goed, doe ik één keer mee, zwichtte ik. En nadat ik was aangeschoven, viel bij iedereen de mond open. Want die man gaf gewoon overal antwoord op. Hadden ze nog nooit meegemaakt. En sinds die avond ben ik niet meer weggeweest. Want als je eenmaal de status hebt van iemand met ’n grote mond, word je geëxploiteerd. Dan wil iedereen je.”

Leuk?

“Och, in het begin wel. Maar na drie keer Jinek, Pauw & Witteman en Knevel & Van den Brink weet je ’t wel hoor. Dan weet je precies waar het om gaat: je moet mooi zitten, je mag zes minuten lang voor wat reuring aan tafel zorgen, waarna je met ’n slechte fles wijn weer naar huis wordt gestuurd. Dat heb ik nou wel gezien.”

Ja? Ik zag je de voorbije weken rondscheuren in een oranje Eend bij 1Vandaag, in een Kever door Drenthe, en je was om middernacht op bezoek bij Özcan Akyol in Deventer.

“Ach ja, dat zijn van die dingen die je maanden eerder hebt toegezegd, en dan opeens staat het in je agenda. Ik mag die mensen graag, en ik vind ook dat ik het moreel wel een beetje verplicht ben. Als hoofdredacteur van VI deed ik altijd een beroep op mensen om geïnterviewd te worden, en ook nu bij de tv willen we graag gasten aan tafel. Dan vind ik niet dat ik ’t kan maken om altijd Ik doe het niet te zeggen als ze mij benaderen. Maar selectiever word ik wel. Bij Shownieuws en Boulevard zien ze me niet meer. En sowieso: vijf uur rijden om vijf minuutjes op tv te zijn, doe ik niet meer.”

Over Hugo Borst gesproken: die stopte ooit als tafelheer bij DWDD omdat ie ’t wel érg vermoeiend vond om overal altijd maar weer een mening over te moeten hebben.

“Daar heb ik geen last van hoor. Ik heb heel veel meninkjes op voorraad. Daarbij is de financiële vergoeding die er tegenover staan heel aantrekkelijk. Zodra ik het voor niks zou moeten doen, zien ze me niet meer terug. Ga je het niet missen, vragen ze me dan. Welnee. Deze drie weken even zonder zijn een verademing!”

Daar staat wel tegenover dat je voor hele volksstammen een racist, homofoob en seksist bent.

“Ja ach, ik heb een mening over alles en iedereen, dus iedereen mag ook een mening over mij hebben. Kan ik me niet druk over maken.”

Okay, maar iemand een lul vinden is van een andere orde dan iemand een racist, homofoob of seksist noemen.

“Ach. Ik ben geen man van social media. Ik heb geen Facebook en ik twitter niet. Ze gaan hun gang maar. Is makkelijk hoor, als je er zo in staat. Kan ik anderen ook aanraden. Moet ik ze dan aanklagen wegens smaad? Het zijn allemaal van die gekkies, die overal opduiken in talkshows. We hoeven alleen maar tieten te zeggen, en dan zitten juffrouw [Sunny] Bergman en juffrouw [Sylvana] Simons er de volgende dag schande van te spreken. Vervolgens word je weggezet met de meest verschrikkelijke typeringen. Het zegt ook veel over talkshows hè. ’t Is lekker goedkoop scoren vanuit de slachtofferrol. Mevrouw Simons doet geweldig interessant, en dacht dankzij al die talkshowtjes dat ze wat voorstelde. Maar ze had niet genoeg medestanders om in de tweede kamer te komen. Dankzij de bewoners van de Bijlmer mag ze nu in d’r eentje in de gemeenteraad van Amsterdam zitten. Nou, veel succes daarmee. Maar hier in Grolloo is er niemand die zich druk maakt om zwarte piet, hoor. En in het dorpscafé weet echt niemand wie Sunny Bergman is.”

25 jaar geleden zei je al: na m’n pensioen zie je me nooit meer in een stadion. Heb je je aardig aan gehouden.

“Ik ging de laatste vijf jaar bij VI al niet meer, omdat de sfeer me geweldig begon tegen te staan. Ja, één keer ben ik nog geweest, toen Ajax zo ver kwam in de Europa League. Vonden ze het leuk als wij met z’n drieën rondom die wedstrijd tegen Lyon langs het veld stonden. Mag je als zendgemachtigde Peter Bosz interviewen, maar dan komt er eerst zo’n nerveuze Ajax-voorlichter aan: Alleen Wilfred Genee mag vragen stellen aan meneer Bosz. Sta je er met je 68 jaar als een Jan Doedel bij. En na afloop natuurlijk uren in de file. Dus, toen er vervolgens op iedere sportredactie werd geruzied over wie er met Ajax mee mocht naar de finale in Stockholm, bedankten Van der Gijp en ik voor de eer. Hebben ze Aad de Mos en Frank de Boer gestuurd. Die vinden dat nog wel leuk.”

Nog iets wat je steeds hebt voorspeld: je zou na je pensioen terugkeren naar Drenthe.

“Ik heb lang getwijfeld tussen Amerika en Grolloo. Kijk, ik kwam hier in Drenthe terecht als jochie van twaalf. Toen was dat niet leuk. Het klonk ver weg, als achtergebleven gebied, en ze hadden een raar accent dat ik niet verstond. Maar doordat ik hier terecht kwam, heb ik wél een hele leuke jeugd gehad. Warme herinneringen aan Drenthe heb ik altijd gehouden. Toen m’n vrouw en ik hier een paar jaar geleden ‘ns waren, stond er een klein huisje tegenover Café Hofsteenge te koop, en dat hebben we meteen gekocht, als weekendhuisje. M’n vrouw was meteen verkocht. Die zat vaker hier dan in Oudewater.”

Grolloo had dus meer dan Amerika?

“Amerika was aanvankelijk een heel serieuze optie. Vanwege de muziekscene kwam ik veel in Austin, Texas, en ten tijde van de kredietcrisis kon je daar voor zestigduizend dollar de prachtigste appartementen kopen. Zonder hypotheek, want dat verstrekten ze niet aan buitenlanders, maar cash afrekenen was natuurlijk geen probleem. Klonk heel aantrekkelijk, totdat Jimmy LaFave me vertelde dat er in Texas weer een record aantal mensen ter dood waren veroordeeld. Dus in het vliegtuig terug vroegen wij ons af: gaan wij vrijwillig wonen in een staat waar de doodstraf nog bestaat? Nee, dat gingen wij dus niet doen.”

Er zijn ook staten waar de doodstraf niet (meer) bestaat.

“Precies. Boston stond ons heel erg aan, maar dat was onbetaalbaar. Maar ga je daar in de trein zitten, dan worden de huizen bij ieder station iets goedkoper. Kwamen we uiteindelijk uit in Portland, Maine. Nou, dat sprak ons geweldig aan. Prima sfeer, hele mooie haven. Leuke stad, aardige mensen. We waren helemaal om. Totdat m’n vrouw, die half Frans is, een Franstalige Canadese stand-up comedian sprak. ’t Is nu inderdaad prachtig en vriendelijk, beaamde die man, maar van oktober tot maart heb je vier meter sneeuw voor je deur. En dan komen de zwarte beren richting de bewoonde wereld. Om vergelijkbare redenen viel het zuiden, waar we ook veel zijn geweest, af. Want daar heb je weer krokodillen en slangen. Moet ik ook niks van hebben. Een handvol alligators die op je gazon liggen te zonnebaden als je ’s ochtends wakker wordt vind ik geen prettig idee. Vervolgens stond ook Oklahoma City nog even op onze radar, want daar heeft m’n oudste dochter Marieke een jaar gezeten. Nou, da’s het échte Amerika, hoor. Daar heeft de tijd stilgestaan. Daar heb je nog gewoon cowboys en indianen. Op high school hebben ze allemaal een pick-up truck, waar ze bovenin allemaal een geweer hebben hangen. M’n dochter woonde als exchange student bij een artsenechtpaar, die een gigantische wapenkast in de gang hadden staan. Als er vreemde mensen op het erf komen, werd m’n dochter gezegd, kun je schieten. Da’s toch een wereld die de mijne niet is.”

Je zag jezelf wel in het Amerika-van-Trump wonen?

“De man heeft democratisch gewonnen toch? Er lopen hier in Nederland ook genoeg politici rond waar ik m’n vraagtekens bij zet, en die kunnen ook zo maar democratisch gekozen worden. Kijk, als je bij je volle verstand bent, stem je natuurlijk niet op Trump. Maar blijkbaar hebben toch heel veel Republikeinen op hem gestemd. Niet dat ik Hillary nou zo geweldig vind, hoor. Ik was meer een fan van Bill. Bill Clinton was ondeugend, maar heeft z’n werk wel goed gedaan. In tegenstelling tot Barack Obama. Die heeft vooral geteerd op z’n uitstraling en z’n welbespraaktheid, maar heeft eigenlijk niks waargemaakt van z’n beloftes. Vooralsnog geef ik deze gek het voordeel van de twijfel. Ik kan eerlijk gezegd wel om ‘m lachen.”

Wat is je favoriete stad qua muziek?

“Mijn muziek wordt in Amerika overal gemaakt. Chicago is natuurlijk een prachtige bluesstad, daar kun je iedere avond in een club wel aan je trekken komen. Ik ben daar ook naar het bluesfestival geweest, dan weet je niet wat je meemaakt. Staan je helden her en der naast je in het park. Maar San Francisco en Boston zijn ook interessant. New York minder, dat is meer een jazzstad, daar word ik nerveus van. Voor popie jopie-muzikanten als Elton John ga je naar New York. En dan betaal je nog de hoofdprijs ook. En vergeet Pittsburgh niet. Ook een prachtstad. Daar had ik bovendien het geluk dat Joe’s Record Shop opheffingsuitverkoop hield. Ik zal het nooit vergeten. Alle albums en cd’s gingen eruit voor 95 cent. Dus ik zeg tegen m’n vrouw: ga jij ‘ns snel de stad in om een goedkope koffer te kopen. Daardoor heb ik nu bijvoorbeeld ’t complete oeuvre van de country-rockband Alabama in m’n kast staan. Normaal zou ik nooit een cd van twintig euro van ze kopen, maar nu heb ik alles van ze.”

Nog liefde gekregen voor Amerikaanse sporten?

“Baseball vind ik nog wel aardig. Ik ben in Boston naar de Red Sox geweest, in dat mooie, oude stadion van ze. Maar als ik het na twee uur wel gezien heb, ga ik weg. Met mijn dochter ben ik ook naar de Yankees geweest, in de Bronx. En uit de Bronx komt ook één van mijn helden, Dion DiMucci. Toen wilde ik wel ‘ns zien waar hij was opgegroeid. Maar voor je daar was… En hoe verder je de Bronx introk, hoe heavier ’t werd. Voelden we ons opeens niet meer zo op ons gemak. Is ons in San Francisco ook een keer overkomen. Kwamen we in de stadsbus terecht in de verkeerde wijk. Per halte werden we dreigender bekeken. Niet fijn.

In New Orleans hadden we dat ook ’n keer, daar speelde één van m’n helden Tab Benoit  in één of ander vaag bowling centrum. Gingen we naar toe met zo’n treintje. Helemaal tot aan het eindpunt, wat al geen goed teken is, en vervolgens moesten we nog een paar honderd meter lopen. Langs van die huizen met veranda’s, met allemaal zwarten met gouden tanden die naar ons zaten te kijken. Ze deden en zeiden niks, maar het voelde heel dreigend. Komen we eindelijk bij dat bowlingcentrum aan, staat er een politieauto, waar een agent wat verveeld uit z’n raampje hangt.

Tourists?, vraagt ie heel hatelijk. Ja, u moet hier natuurlijk niet zo maar door die wijk lopen. Heel onverstandig.

Maar hoe moeten we vanavond dan weer terug?, vraag ik

Taxi nemen, zegt ie. Taxi bestellen, en binnen wachten. Als die taxi naar links gaat, is ’t een oplichter. Dan neemt ie de lange route. Gaat ie naar rechts, dan zit je goed.

Enfin, wij naar dat concert. In de kantine van dat bowlingcentrum. Gewoon een open ruimte, met die tering herrie van die bowlingbaan op de achtergrond. Als mijn helden zó op moeten treden, dacht ik nog. Niemand die geïnteresseerd was, alleen wij zaten heel aandachtig te luisteren. Goed, na afloop wij een taxi bellen. Wat denk je: die duikt meteen naar links. Hij gaat naar links!, riep Isabel meteen. Maar ik was allang blij dat ik in ’n taxi zat.

Memphis, ook zo’n verhaal. Slechtste stad waar ik geweest ben. Beangstigend. Ons hotel zat aan Beale Street, dus overal dichtbij. Bij de Sun Studio’s, bij Staggs, bij BB King’s Blues Club. We zaten er in januari, dus het was er heel erg vroeg donker. En dan bédelen ze niet om geld, dan éisen ze geld. Kwamen we iedere keer twee van die hele grote zwarten tegen, die geld eisten. Als wij overstaken, staken zij ook over.

In Memphis zijn we overigens getrouwd, maar om het voor Nederland rechtsgeldig te maken, moesten we in Nashville nog allerlei stempels halen. Gaan we met de Greyhound, zeiden wij. Is leuk, dachten we. Maar we kwamen er snel achter dat alleen arme mensen de Greyhound nemen. Wij waren de enige blanken, temidden van allemaal arme zwarten en Mexicanen. Eenmaal in Nashville was het compleet anders, trouwens. Daar kon alles, daar leek iedereen rijk. Kon je meteen zien dat in Amerika de country veel meer voorstelt dan de blues en soul. Hele prettige stad, dat Nashville.”

Vijf jaar geleden zei je vrouw al: we hebben drie huizen, twee auto’s, een mooie bankrekening; waarom stop je niet gewoon?

“Bij Voetbal Inside hebben wij met z’n drieën alle egoruzies die er bestaan wel uitgevochten. Maar de afgelopen twee jaar ging het eigenlijk heel goed. De enige relletjes die er waren hadden we zelf bewust gecreëerd. Ikzelf was met RTL in gesprek over het feit dat ik wilde gaan afbouwen. Eén avondje in de week wilde ik nog wel, en als ik er helemaal genoeg van had, dan wilde ik m’n contract kunnen verscheuren. Vonden ze prima. Maar toen kwam Wilfred met John de Mol op de proppen. De gesprekken met RTL duurden al maanden. Ging over geld, peanuts in feite. Maar een bijkomend feit was dat [RTL-progammadirecteur] Erland Galjaard Wilfred ’n beetje een lul vond. Die gunde hem geen kansen. Wilfred was verkozen tot beste presentator van het jaar, maar mocht niet eens bij Humberto aanschuiven. Want dat gunde Tan ‘m niet. Moest ie naar Pauw of Jinek toe. Allerlei hansworsten kregen programma’s en talk shows, maar Wilfred werd genegeerd. Te gek voor woorden. Vond John de Mol kennelijk ook, want die bood Wilfred een heel pakket met programma’s aan.”

Niks afbouwen dus.

“Nee. De Mol wilde best de hoofdprijs betalen, maar dan wél voor het complete trio Derksen, Van der Gijp en Genee. Ik heb Wim Kieft nog even geopperd als iemand die als stand-in voor mij kon fungeren, maar dat vond John geen alternatief. Van der Gijp en ik wilden eigenlijk best bij RTL blijven, maar het toekomstperspectief van Wilfred bij Talpa was veel beter. Toen hebben Van der Gijp en ik tegen elkaar gezegd: als De Mol ons ruim een ton per jaar meer betaalt doen we het, en anders niet. Twintig minuten later stonden we buiten met een vierjarig contract. Maar wél met de eis dat het trio bij elkaar zou blijven. Ik heb dus deels voor het geld gekozen, wat ik eigenlijk legale oplichting vind, want wat moet je voor tv-werk nou eigenlijk helemaal kunnen, en deels voor het toekomstperspectief van Wilfred.”

En ineens hadden we daar dé transfer van de zomer van 2018.

“Bij RTL was de paniek natuurlijk enorm. Want plotseling kon daar alles. Ze hadden voor Wilfred ineens een prachtig pakket klaarliggen, met talk shows en weet ik het allemaal. Fantastisch, zei Wilfred, maar we hebben gisteravond ons woord al aan John de Mol gegeven. De vrijdag daarop zat Bert Habets, RTL-topman uit Luxemburg, ineens in onze kleedkamer. Die was komen overvliegen met drie blanco contracten bij zich. Zo van: zeg ’t maar jongens, wat moet ik invullen? Goed, ik had die De Mol-aanbieding best kunnen gebruiken om RTL uit te spelen, want ik loop toch op m’n laatste benen, maar Wilfred had zich in Hilversum natuurlijk nooit meer kunnen vertonen. RTL had dit nooit zien aankomen. Galjaard had regelmatig contact met De Mol, en bleef in de directievergadering maar roepen dat die ons toch niet wilde. Ze dachten dat we zaten te bluffen. Heel dom, want wij waren een garantie voor goede kijkcijfers. En ze hadden ons voor een spotprijs kunnen behouden.”

Verbaast het jullie zelf niet dat Voetbal Inside, straks Veronica Inside, zo populair blijft? De sleet zit er kennelijk nog steeds niet in.

“Het enige waar we uniek in zijn, is dat we alles durven te zeggen. Dat vinden mensen kennelijk leuk. Vergelijk dat nou ‘ns met dat saaie gedoe bij de NOS. Saaier dan Henry Schut bestaat toch niet? En dan nodigen ze ook nog ‘ns mensen uit die niks te melden hebben. In de beginjaren bij RTL hebben wij ook gezeten met Marco van Basten, Co Adriaanse, Guus Hiddink, Ronald Koeman en Frank Rijkaard. Die hadden allemaal één ding gemeen: ze kwamen allemaal om helemaal niks te zeggen, en het was haast nooit écht leuk. Per toeval zaten we ‘ns een keer met z’n drieën, en ineens liep het als een tierelier. Toen viel het kwartje: grote namen zijn vaak een rem op je programma. Want die hebben allemaal redenen en belangetjes om iets niét te zeggen. Ze willen trouwens ook niet meer komen hoor, dus dat komt mooi uit. Wij willen ze ook niet meer.”

En nu? Op dezelfde voet verder of We gaan het helemaal anders doen?

“De mensen kunnen gerust zijn: het wordt precies hetzelfde, er wordt niks veranderd. Ja, het wordt een half uur langer. Komt door een extra reclameblok.”

Iets geheel anders: sta jij wel eens stil bij de dood? Je hebt de afgelopen jaren heel wat vrienden c.q. goede kennissen verloren: Johan Cruijff, Harry Muskee, Henk Nienhuis, Jimmy LaFafe, Hans Kraaij senior…

“…en ik hoorde deze week toevallig dat het heel slecht gaat met mijn VI-collega Bert Nederlof. Kanker, uitzaaiingen. Ja. Ik maak het ook steeds mee met die Pioniers van de Nederpop, de theatertour waar ik de afgelopen twee jaar mee aan het toeren was. Vlak voor we begonnen overleed Jacques Kloes, de zanger van de Dizzy Man’s band. Had een week daarvoor tijdens de repetities nog de sterren van de hemel staan zingen. Hans Vermeulen van de Sandy Coast woonde in Thailand, maar zou voor het tweede gedeelte van de tour weer meedoen, maar kwam nooit meer terug. Ook dood. Twee anderen werden plotseling ziek. Frans Krassenburg van de Earring kreeg kanker aan z’n amandelen. Had ik nog nooit van gehoord. En Johnny Kendall zat bij mij in de auto, toen ie op weg van Venlo naar Nijmegen een herseninfarct kreeg. Was ik ineens vier van m’n zangers kwijt. Tja, al mijn muzikale helden zijn van mijn generatie, en die vallen her en der om. Als ik op elftalfoto’s kijk ook, hoeveel van die gasten er al niet overleden zijn… Ik mag me op m’n 69ste gelukkig prijzen dat ik nog zoveel kan doen. Ik denk wel eens: als je écht dood wil, moet je achter de geraniums gaan zitten.”

Heb jij rond je 45ste niet rigoreus het roer omgegooid? Binnen een mum was je de helft van je gewicht kwijt.

“Nou, ik ben natuurlijk ooit van de één op de andere dag gestopt met voetballen. Ik had twaalf jaar lang iedere dag getraind, en op een goede dag gooide ik m’n tas in de schuur, en heb er nooit meer naar om gekeken. Dat kan zo’n lichaam niet hebben. Dan ontplof je, en word je zwaar. Op een gegeven moment ging het lastig worden. Werd ik kortademig met een veel te hoge bloeddruk, terwijl ik nog geen vijftig was. Gefietst heb ik hier in Grolloo nog niet, maar hij staat wel al weer klaar, m’n racefiets.”

En als je het zelf niet kunt doen, kun je er altijd nog naar kijken.

“Ik vind wielrennen een geweldige sport. Ik vind zo’n Tour de France ook veel leuker dan een WK. Ik kijk een Touretappe zonder problemen van de eerste tot en met de laatste meter uit. Vind ik geweldig. Dat afzien, het heeft iets heroïsch. En omdat ik zelf fiets, weet ik hoe zwaar het is. Ik krijg na 25 kilometer altijd een zere kont, en begin me dan ook altijd wat te vervelen. Dat er een zweem doping om heen hangt, interesseert me geen reet. Er is deze Tour geen doping-schandaal geweest, maar je denkt toch niet dat er niet geslikt is? Natuurlijk is er geslikt, maar wat boeit mij dat nou? Daarom vind ik het ook zo erg dat die Lance Armstrong aan de hoogste boom gehangen is. Natuurlijk slikte hij, maar iedereen in het peloton slikte. Hij was gewoon de beste renner.”

Je was in de jaren negentig een tijdje manager van Cuby and the Blizzards. Wat is moeilijker: hoofdredacteur spelen van een voetbalblad, of manager zijn van een bluesband?

“Hoofdredacteur, in de zin dat je ook verantwoordelijk bent voor de financiële winkel. Maar manager van een band is ingewikkeld, omdat de ego’s zo groot zijn. Als het over geld ging, bijvoorbeeld. Als de bandleden meer geld wilden, dan zei Harry tegen mij: probeer jij de Blizzards maar ‘ns te boeken zonder Cuby. Zouden ze voor mij komen of voor de Blizzards? Dat klonk heel onsympathiek, maar daar zat natuurlijk wel degelijk een kern van waarheid in.”

Wat betreft ego’s verschilt de voetbalwereld dus niet wezenlijk van de muziekwereld?

“In de muziekwereld sta ik anders. Daar doe ik alles gratis. De muziek kost mij alleen maar geld. Ik doe 150 schouwburgen gratis, ik doe vijf uur radio in de week gratis. Muziek is m’n hobby, ik wil niet verdienen aan muzikanten die hun hele leven lang al opgelicht zijn. Ze hebben allemaal hun hits gehad, maar nooit hun centen. Daar wil ik niet van stelen. De poen die we nu verdienen, die mogen zij verdelen.”

Over ego’s gesproken: ik kan me nog ’n mooie foto herinneren uit 1974, waarop jij als jonge journalist ruzie staat te maken met Van Morrison, op de drafbaan in Hilversum.

“Er was daar een groot festival, en ook Morrison trad daar op. Ik was daar met een fotograaf, we hadden backstagepassen, en daar maakte die fotograaf een foto van Morrison. Maar die reageerde zó hysterisch. Die eiste het rolletje op. Ik dacht, ben jij gek, gewoon effe een foto, je bent artiest, geef mij die camera, dan zal ik ’ns een foto maken. Nou, toen brak de pleuris uit. Jerry!, riep Morrison toen. Kwam er plotseling zo’n Hell’s Angel met een paardenstaart de hoek om. Was kennelijk z’n road manager. Daar maakte een andere fotograaf weer een foto van, waarna er nog klappen zijn gevallen ook. Al met al was ie zo over z’n theewater, dat ie niet heeft opgetreden. Heel Hilversum over de zeik.”

Is Morrison nog altijd jouw grote idool?

“Mwoah. Ik volg ‘m nog wel, maar hij maakt tegenwoordig toch wat bejaardenmuziek. ’t Is vrij voorspelbaar allemaal. Een beetje zwoele nachtclubjazz. ’t Is niet meer de Morrison van vroeger. Twee jaar geleden heb ik ‘m nog gezien in Londen, in de Royal Albert Hall, en toen deed ie nog wel even z’n best. Als ie in Nederland is ga ik altijd wel even kijken, maar ik ben al een paar keer in de pauze weggegaan. Zat ik me gewoon te ergeren. Van Jan-Willem Roy, die in z’n voorprogramma speelde, hoorde ik dat ie altijd een diplomatenkoffer bij zich heeft, met daarin een keukenklok. Die zet ie dan in de coulissen. En precies op het moment dat z’n tijd erop zit, loopt ie weg. Als je er geen plezier in hebt, blijf dan weg, denk ik dan. Voor het geld hoeft ie het niet meer te doen.”

Op het bluesfestival in Grolloo zien we hem dus niet?

“Nou, we zijn wel met ‘m bezig geweest. Maar toen wilde die alleen voor een zittend publiek komen spelen. Het festival komt al niet uit de rode cijfers, en als we dertienduizend staanplaatsen gaan vervangen door vijfduizend stoeltjes al helemaal niet.”

Veel zaken die jij (mede) bent begonnen, zijn verandert in goud. De theatertour, VI Boeken, VI Inside, het bluesfestival…

“Als je iets maar met passie doet, hè. Het is vrij simpel, hoor. Je moet je afvragen: is er een doelgroep voor? En: wat willen de mensen? Wat ik bij VI vooral deed was goed de lezersonderzoeken lezen. Maar ik was nog niet weg, of één van de jongens die ik had vrijgemaakt voor onderzoeksjournalistiek moest zich bezig gaan houden met damesvoetbal. De andere hoofdredacteur was fan van Engels voetbal, dus daar struikelde je over in het blad. Terwijl ik wist hoe dat scoorde. Niet dus. Je hebt als hoofdredacteur nu eenmaal te maken met werknemers met gezinnen en studerende kinderen. Ik kan ook wel ’n underground blaadje maken met dingen die ik zelf leuk vind, maar dan moet ik de helft van m’n mensen ontslaan. Vervolgens kwam er iemand van het AD die veel aan amateurvoetbal ging doen. Maar als de mensen ergens niet op zitten te wachten is het dat. Amateurvoetballers zijn namelijk alleen maar geïnteresseerd in hun eigen cluppie. M’n opvolgers hebben echt álles fout gedaan wat ze maar fout konden doen. Het is echt geen hogere wiskunde, maar je moet wel je boerenverstand gebruiken. Ik heb altijd een blad gemaakt waarvan ik dacht: ik weet niet of ik ’t zelf zou kopen, maar er waren wel 200.000 mensen die het lazen. Daar zijn er nu nog 60.000 van over.”

Doet dat pijn?

“Nee, als je ergens weggaat, moet je je daarvoor afsluiten. Ook al heb ik er 39 jaar gewerkt. Ik heb me vooral verbaasd. Verbaasd over het feit dat m’n opvolgers er helemaal niets van hebben gebakken. Die jongens deden prima werk toen ze nog m’n rechterhand waren, maar gingen opeens een eigen koers varen toen ik m’n kont had gekeerd. Wilden opeens rare fotootjes bij hun nietszeggende stukjes hebben. Hoopten dat ze zouden worden gebeld door radio en tv. Maar er belde niemand. Dat gaf een soort frustratie. En vervolgens bedachten ze dat het goed was om de banden met het tv-programma door te snijden, omdat wij niet meer van hun niveau zouden zijn. Dat is echt het domste geweest wat ze konden doen. Hun verslaggevers zaten met hun neus middenin de doelgroep. Ze hebben zo maar een reclamespot van vier uur per week de nek omgedraaid.”

De manier waarop jij over werken met Wilfred Genee praat, doet me denken aan de wijze waarop jij altijd over jouw samenwerking met oud-hoofdredacteur Cees van Cuilenborg bij VI sprak.

“Wilfred is nog nooit bij mij thuis geweest, en ik zal hem ook nooit uitnodigen. Maar we kunnen wél heel goed met elkaar werken. Met van der Gijp idem dito. We kennen alle drie elkaars bijsluiter, en op de werkvloer gaat dat prima. Vrienden zijn we niet. Maar we zijn wel hecht en loyaal. Met Van Cuilenborg heb ik ook altijd prima samengewerkt, al vond ik het op het laatst wel goed dat ie wegging. Zo was hij bestuurslid bij Sparta geworden, wat ik in combinatie met VI nogal raar vond. En een dag voor z’n vertrek, had ie namens VI nog even voor drie jaar twee business seats bij Sparta gekocht. Moest ik zesduizend euro per stoel per jaar aftikken voor de familie Van Cuilenborg. Beetje gek toch?”

Ik lees tegenwoordig vaak: Johan Derksen, de man die VI heeft groot gemaakt. Dat is…

“…niet helemaal waar natuurlijk. VI heeft in vijftig jaar drie hoofdredacteuren gehad die het hoofd uitstekend boven water hebben gehouden. Joop Niezen heeft het blad grootgemaakt, Cees van Cuilenborg heeft het uitgebouwd, en ik heb die lijn doorgetrokken. Over continuïteit gesproken. Ik ben er nu vier jaar weg, en ze zitten al weer aan hun zevende hoofdredacteur na mij. Het is echt een chaos geworden.”

Hebben ze het lek nu boven bij VI?

“Ze hebben nu een paar redacteuren die het doen, hè. Maar dat Taco van den Velde daar één van is snap ik echt niet. Als ze nou één iemand geen hoofdredacteur moeten maken, dan is het Taco van den Velde, die zo partijdig is als wat. Bert van Marwijk en Martin Jol zijn door hem heilig verklaard. Ik ben ooit woest op Taco geweest: na z’n echtscheiding had ie een huis nodig, en ging ie in het huis van Martin Jol wonen. Dan kun je toch nooit meer objectief over Martin Jol praten? En dat gedoe met Bert van Marwijk… Het blad VI staat in brand, maar de hoofdredacteur gaat dollars verdienen met Van Marwijk in Saoedi-Arabië, en gaat met Australië mee naar het WK. Is toch onbegrijpelijk? Dat dat ook allemaal maar toegestaan wordt.”

Alsof jij zo objectief was over Johan Cruijff, zullen zij zeggen.

“Daarom ben ik zelf ook al vrij snel gestopt met het interviewen van Cruijff, en liet ik dat andere mensen doen. Bovendien lijkt me Cruijff ook van een andere orde dan die twee. Commercieel gezien was het voor het blad VI ook wel handig om een goede band te hebben met Cruijff, lijkt mij.” •

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen. Reuze makkelijk, via bijvoorbeeld iDEAL. Bedankt alvast!

Mijn gekozen waardering € -
Back To Top