Ik word nog sentimenteel op m'n oude dag. Om het minste of geringste schiet ik…
Miskend Talent
Maarten Spanjer is overleden. 73 jaar oud geworden, blaas- en prostaatkanker. Maar wel verdorie. Alwéér een stuk van m’n jeugd naar de gallemiezen.
Was ik een fan? Ja, dat zou je zeker kunnen zeggen. Van de acteur Maarten Spanjer, maar óók van de komediant, van de taxichauffeur, en zeker ook van de schrijver. Wát een pennetje had de man. Jaloersmakend.
Het begon wat mij betreft natuurlijk allemaal met het Miskend Talent in Voetbal 80, dat nét wat andere sportprogramma eind jaren 70. Van top tot teen uitgedost in het wit haalde Spanjer daarin ergens in een bos voetballende capriolen uit. Zoals de kontstop. Wij dat in de dagen die volgden natuurlijk ook proberen. Bal de lucht in, één keer laten stuiten en vervolgens laten caramboleren met de bips. Prachtig.
Daarbij deden we natuurlijk ook het accent van het Miskend Talent zo goed mogelijk na. Veel later las ik dat hij dat typetje had uitgedacht samen met Jan Mulder en dat het accent dat hij deed Drents, Twents of Gronings moest voorstellen. Nou ja, zo goed als Spanjer Rinus Michels na kon doen, zo slecht was zijn Jan Mulder. Maar je kunt tenslotte ook niet overal goed in zijn.
En dat Maarten Spanjer nou een topacteur was, nee, dat geloof ik nou ook weer niet. Toch kon ik wel van ‘m genieten als ik ‘m zag opdraven in Spetters of De Fabriek. Hij speelde altijd een beetje een sukkeltje. Dat was ‘m kennelijk op het lijf geschreven.
De goegemeente kent Maarten Spanjer natuurlijk vooral als chauffeur van Taxi. Wat Michiel Romeyn, Joris Linssen, Wilfried de Jong of al die anderen ook probeerden: Spanjer was de beste van allemaal. Met als absolute hoogtepunt natuurlijk die rit met Rijk de Gooyer, die zijn vers gewonnen Gouden Kalf uit het raam flikkerde. Legendarisch.
À propos Rijk de Gooyer. Ik denk dat ik Spanjers schrijfkunsten ontdekte dankzij de dubbele column die hij met De Gooyer iedere week had in Nieuwe Revu. Dat was smullen geblazen. Spanjer mocht dan een gouden pennetje hebben – die Rijk die kon er ook wat van.
Dat schrijven deed-ie trouwens tot de laatste snik. De Telegraaf schijnt nog een stapel columns van hem te hebben liggen, over zijn laatste maanden als kankerpatiënt. Die willen ze nu alsnog postuum plaatsen. Ik kan niet wachten.
Waarom, vraag u zich af? Nou hierom:
“De ochtend na mijn operatie kwam de dagzuster binnen. Ze vroeg: ‘Heeft u al ontlasting gehad?’ De morfine was nog niet helemaal uitgewerkt, dus ik zei: ‘Nee, alleen een kopje thee en een beschuit.’ Ze keek me niet begrijpend aan.
Even later kwam een ander meisje mijn kamer binnen. Ze zei: ‘Meneer Spanjer, ik kom uw zak legen.’ De zorg gaat hier wel érg ver, dacht ik.”

