Ga naar hoofdinhoud
Est. JUNI 2015

Willem Vroom, Groningse grondlegger van Neêrlands succesvolste warenhuis (5)

Geboren Veendammer Willem Vroom (1850-1925) raakte in Amsterdam bevriend met de geboren Duitser Anton Dreesmann. De twee werden zwagers én zakenpartners, en de rest is geschiedenis. Samen stampten ze V&D, een eeuw lang het succesvolste warenhuis van Nederland, uit de grond.

Mooi verhaal: ondanks de Groningse roots van het warenhuisketen en ondanks dat aan het begin van de twintigste eeuw iedere zichzelf respecterende plaats een V&D-vestiging binnen z’n grenzen had, blijft de stad Groningen tot maar liefst 1958 V&D-loos.

Eigen manufacturenzaak in Stad
Dat zit zo. De vestigingen elders in het land worden bestierd door familieleden van Willem Vroom dan wel Anton Dreesmann. Maar de Groningse Vromen piekeren er niet over om in het concern te stappen. Caspar, de oudere broer van Willem, en later z’n zoon Bernard, hebben in respectievelijk de Herestraat en in de Oude Ebbingestraat in Stad namelijk een eigen manufacturenzaak. Bernard Vroom heet het.

Op zijn beurt wil Willem Vroom zijn neef in z’n thuisstad geen concurrentie aandoen. Een weinig zakelijke, maar nobele beslissing. Familie gaat kennelijk voor alles bij Willem Vroom.

Grote Groningers – opdat wij niet vergeten
Veel Groningers, laat staan Nederlanders, hebben er geen idee van dat één van de zeven wereldwonderen uit de moderne geschiedenis is bedacht door een Groninger, dat de eerste vrouwelijke dokter werd geboren in Sappemeer, dat een Groninger aan de basis stond van één van de grootste muzikale revoluties in de jaren zestig, zeventig en tachtig, dat de enige persoon ter wereld die zes bedrijven op de beurs in New York kreeg Groningse roots had, of dat de eerste Nederlandse feministe is geboren en getogen in Stad. Vandaar deze serie, over Grote Groningers, opdat wij niet vergeten.

 

Eigenlijk zijn de Vromen van huisuit landbouwers. Maar Bernard sr. vindt dat, in navolging van zijn broer Jan, maar niks, dat elke dag in weer en wind zwoegen op het land. Lange dagen, weinig opbrengst, vindt hij. Bernard probeert het eerst als notarisklerk, maar zo’n duffe kantoorbaan is het toch ook niet, merkt hij. Niet veel later heeft hij beet. Handel is wat hij kan en wat hij leuk vindt. Aan het Oosterdiep in Veendam opent hij een manufacturenzaak.

Zes van de tien kinderen overlijden op jonge leeftijd
Bernard Vroom trouwt met Catrina Vinke. Het echtpaar is van goede katholieke komaf en krijgt dus samen tien kinderen. Van hen overlijden er echter zes al op jonge leeftijd. Caspar (1846) en Willem (1850) blijven wel in leven.

In 1867 later mag Willem Vroom in Veendam bij zijn vader in de zaak zijn koopmanskunsten in praktijk brengen

Dat leven geeft hen echter niets cadeau. In 1855 – Willem is dan vierëneenhalf jaar oud – overlijdt moeder Catrina. Gelukkig woont er een tante in de buurt. Zij neemt gedurende de eerste paar jaar de opvoeding op zich. Op twaalfjarige leeftijd wordt Willem naar het Gelderse Huissen gestuurd, naar de privékostschool van H.J. Wansink.

In 1865 keert hij terug naar het noorden, om in de zaak van Johan Alofs – een aangetrouwde neef – in de Oude Ebbingstraat in Stad het manufacturenvak te leren. Twee jaar later mag hij in Veendam bij zijn vader in de zaak zijn koopmanskunsten in praktijk brengen. Aanvankelijk als winkelbediende, later als marskramer, of lapkekoopman, in goed Gronings.

Op naar Amsterdam
Willem Vroom houdt dat betrekkelijk lang vol. Tot maar liefst zijn dertigste levensjaar blijft hij zijn vader en de Parkstad trouw. Willem is echter ambitieus en wil meer. Hij droomt van uitbreiding en van een eigen zaak, maar ziet daarvoor in Veendam te weinig mogelijkheden. Toch trekt hij pas in 1881 de stoute schoenen aan en vertrekt naar Amsterdam. Waarschijnlijk heeft hij even afgewacht hoe het zijn neef H.J. Vroom, die een jaar eerder naar de hoofdstad toog om zijn geluk te beproeven, zou vergaan.

In Amsterdam laat Willem er geen gras over groeien. Met behulp van 1500 gulden geleend familiegeld opent hij er binnen een week een winkelpand op de hoek van de Leliegracht met de Keizersgracht.

Hij verkoopt er van alles, zo lang het maar met stof te maken heeft. Manufacturen, tafellakens en beddengoed, maar ook kleding. Overhemden, mantels, jassen en pantalons. De zaak loopt heel behoorlijk, maar het gaat bij Vroom weer kriebelen als hij bevriend raakt met de vier jaar jongere Duitser Anton Dreesmann, die in 1871 naar Nederland was gekomen om in Pruisen de dienstplicht te ontlopen.

Al in 1883 wordt er getrouwd. Vroom en Dreesmann zijn zwagers.

De mannen Vroom en Dreesmann hebben een klik. Ook Dreesmann is katholiek, ook hij doet in textiel, allebei zijn het import-Amsterdammers, beiden frequenteren ze hetzelfde stamcafé en allebei zijn ze ook lid van een door paters jezuïten geleide mannencongregatie. Cisca, de vrouw van Dreesmann, heeft bovendien enkele leuke zussen. Als ze aan elkaar worden voorgesteld, slaat de vonk met één ervan, Helena, over. Al op 10 januari 1883 wordt er getrouwd. Vroom en Dreesmann zijn zwagers.

Wat zijn Groningers?
Wij nemen dat ruim in deze serie. Groningse voorouders, geboren en/of getogen in Groningen, hier naartoe gekomen en in Groningen grootse daden verricht – dat zijn voor ons stuk voor stuk (Grote) Groningers.

 

Ook op zakelijk gebied vinden ze elkaar. Eerst doen ze nog ieder voor zich aan kostenbesparing, door gezamenlijk hun waar in bulk in te kopen, maar op 1 mei 1887 intensiveren ze hun samenwerking, door aan de Amsterdamse Weesperstraat hun eerste gezamenlijke winkel te openen. Vroom&Dreesmann, komt er op het luifel te staan van de ‘zaak in manufacturen en aanverwante artikelen’. Voor deze eerste gezamenlijke vestiging trekken ze drie man personeel aan. Hun inkopen doen ze veelal (goedkoop) in het buitenland.

De V&D in Groningen (Foto: Wikimedia Commons)

Al binnen enkele jaren is Amsterdam twee V&D-filialen rijker. En niet veel later volgen vestigingen in andere steden. Het concept van de twee mannen slaat namelijk aan: op initiatief van Dreesmann hanteren ze vaste lagen prijzen, waarbij klanten contant moeten betalen. Dat is anders dan wat in die tijd gebruikelijk is: artikelen met een (forse) korting en veelal kopen op de pof.

Rolverdeling kraakhelder
Ook de rolverdeling is kraakhelder. Vroom houdt zich voornamelijk bezig met de financiën en administratie, omdat hij veel afweet van dividenden en afschrijving. Dreesmann is de koopman van de twee, en houdt zich vooral onledig met de in- en verkoop.

Het blijkt een winning team. Het aantal vestigingen bereidt zich gestaag uit. In 1892 verrijst aan de Binnenweg in Rotterdam de eerst zaak buiten de hoofdstad. In 1893 volgt de vestiging aan de Spuistraat in Den Haag. Dan zijn Nijmegen (1895), Arnhem en Haarlem (1896), Utrecht (1898) en Den Bosch en Tilburg (1899) aan de beurt.

Iedere zaterdag, vóór tienen, komen alle filiaalhouder op audiëntie bij Vroom om persoonlijk hun weekopbrengsten te overhandigen

Willem Vroom, die zich naast zijn werk ook nog inzet voor tal van katholieke goede doelen en sociale initiatieven, woont dan inmiddels op stand aan de Prinsengracht, boven de burelen van V&D. Iedere zaterdag, vóór tienen, komen alle filiaalhouders op audiëntie bij Vroom om persoonlijk hun weekopbrengsten te overhandigen. Vroom telt het geld, waarna de rekeningen van de leveranciers nog diezelfde zaterdag worden betaald. Boter bij de vis, van uitstel komt afstel, is Vrooms devies.

De V&D-trein is niet te stoppen. In 1905 telt Nederland al dertien V&D’s, met veelal een mannelijk familielid van of Vroom of Dreesmann aan het hoofd. Die krijgen intern een opleiding, alvorens ze in het land een vestiging onder hun hoede krijgen. Om de financiële verbondenheid met hun filiaal te stimuleren, krijgen ze de helft van de aandelen.

Niet meer louter manufacturen
Ook het assortiment breidt uit. Al in 1896 is V&D niet meer louter een ‘manufacturen en meer’-zaak. Zo zijn er artikelen voor woninginrichting te koop, en niet veel later kom er zelfs een hele afdeling kantoorartikelen bij. Het gevolg is het ‘eerste moderne warenhuis van Nederland’. Dat wordt  in 1912 aan de Kalverstraat in Amsterdam geopend.

Nog weer veel later kun je er zelfs grammofoonplaten, sport- en drogisterijartikelen kopen. Willem Vroom en Anton Dreesmann staan dan echter al lang niet meer aan het roer. Die hebben zich in 1919 uit het bedrijf teruggetrokken. Ze worden opgevolgd door hun zonen Bernard Vroom en Willem Dreesmann.

Vroom overlijdt in 1924, op 74-jarige leeftijd, na een lang ziekbed. Dreesmann sterft tien jaar later, in 1934. •

Epiloog
In 1948 wordt de ‘Coöperatieve Handelsonderneming Vroom & Dreesmann Nederland’ opgericht. Een gevolg hiervan is onder meer dat er een vijf leden tellende hoofddirectie komt. Daarin moet overigens áltijd een nazaat van zowel Willem Vroom en Anton Dreesmann zitten. Uiteindelijk krijgt ook Groningen in 1958 z’n eigen V&D. Het wordt de 42ste vestiging.
V&D blijft doorgroeien. In de jaren zestig komt het bovendien met de kleinere warenhuisversie Vendet; winkels in kleine en middelgrote steden. Vendex International beleeft eind jaren tachtig het hoogtepunt in z’n honderdjarige bestaan.
In de jaren die volgen gaat het almaar minder. Opsplitsingen, herindelingen, een ander logo, een webwinkel en naamsveranderingen kunnen het tij niet keren. V&D, ooit het succesvolste Nederlandse warenhuiskeren, wordt in 2015 failliet verklaard. Op 14 februari 2016 sluiten de warenhuizen hun deuren definitief.

 

Verschenen in deze serie: Johan van Veen | Dick Nanninga | Wayne Huizenga | Etta Palm | Willem Vroom | Lou Ottens | Jannes van der Wal | W.A. Scholten | Aletta Jacobs | Jan Uitham | Fré Meis | Jan Pelleboer | Renze de Vries | Herman Brood | Sicco Mansholt | Wubbo Ockels | Tonny van Leeuwen

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen. Reuze makkelijk, via bijvoorbeeld iDEAL. Bedankt alvast!

Mijn gekozen waardering € -
Back To Top