skip to Main Content
Est. JUNI 2015
De Brown’s Chicken Massacre (deel 2) – Hoe Een Brute Overval Het Bankroet Betekende Van Een Florerende Fastfoodketen

De Brown’s Chicken Massacre (deel 2) – hoe een brute overval het bankroet betekende van een florerende fastfoodketen

Nadat twee schoonmakers in oktober 2019 in de Pathé bioscoop aan het Zuiderdiep in Groningen waren vermoord, verzocht het moederbedrijf een paar weken later alle media om in hun berichtgeving niet langer te spreken van de Pathémoorden, maar van de bioscoopmoorden. Een slim stukje marketing, want de Brown’s Chicken Massacre (Palatine, Illinois – 1993) bewees wat de desastreuze gevolgen kunnen zijn als de naam van een bedrijf verbonden blijft aan een afschuwelijk drama.

Dit is deel 2 van het verhaal. Klik hier als je deel 1 nog niet hebt gelezen.

Het is half vier als de hele cavalerie wordt opgetrommeld. Politie, brandweer, meerdere ambulances. Maar die kunnen niets meer betekenen. In de zeven lichamen (vijf liggen er in de vriezer, twee in de koelkast) die worden aangetroffen zit geen enkel leven meer. Allen zijn ze meerdere malen getroffen door kogels. Twee van de lijken vertonen bovendien snijwonden.

Het begint al weer bijna licht te worden als de identiteit van de slachtoffers wordt vrijgegeven. En één voor één berichten verschillende media daarop niet alleen in Chicagoland maar in heel de Verenigde Staten wat voor verschrikkelijke horror zich op vrijdagavond in Brown’s Chicken & Pasta in Palantine, IL heeft voorgedaan. Op tv is te zien hoe de body bags één voor één het restaurant worden uitgedragen. Het zijn er zeven in totaal. Een macabere aanblik die bij menigeen op het netvlies staat gegrift.

Dit artikel lees je gratis. Als het bevalt kun je onderaan een kleine bijdrage doen, zodat ik dit soort artikelen kan blijven schrijven

Maar de vragen blijven komen. Was het wel een overval? Er lijkt zo’n 1800 dollar te missen uit de kluis. Maar waarom dan al dat geweld? Waarom maar liefst zeven moorden? Was het wraak? Herkende iemand de overvaller(s)? De technische dienst is dagen bezig met sporenonderzoek, maar veel bruikbaars wordt er niet gevonden. Ja, ze zien een gedeeltelijk afdruk van een Nike-schoen. Wat ook opvallend is: de knop waarmee de overvallers kennelijk de elektriciteit hebben uitgeschakeld, zit verstopt achter een muur. Je moet echt weten waar die zit, anders vind je ‘m niet.

En dan is er nog een bonnetje, dat in de verder lege kassa zit. Dat bonnetje laat lezen dat er om 21:08 uur, dus acht minuten na sluitingstijd, à vijf dollar, een chicken dinner met een cola is afgerekend. Jane Homeyer, forensisch analist, stuit in één van die afvalbakken, die verder leeg zijn én voorzien van schone plasticzakken, bovendien op vier stukjes kip, waarvan er één is aangevreten. Hoewel er begin jaren 90 nog geen sprake is van dna-onderzoek, besluit ze het afgekloven botje toch maar veilig te stellen. Misschien was het wel het laatste maal van de moordenaar, denkt ze. En je weet tenslotte maar nooit.

Het is zaterdag 9 januari 1993 als in Chicago Behavioral Hospital in Des Plaines de telefoon gaat. ‘Behavioral’ is een ziekenhuis voor mensen in psychische nood en drugsverslaafden. De beller, Jim Degorski, vraagt naar zijn vriendin Anne Lockett. Die is even daarvoor opgenomen in het ziekenhuis. Lockett, al jaren aan het experimenteren met allerlei soorten drugs, zit nogal met zichzelf in de knoop, en heeft zich twee dagen eerder van het leven proberen te beroven door middel van het slikken van een pot oude medicijnen.

Degorski vraagt niet naar haar gemoedstoestand, maar steekt meteen van wal als hij Lockett aan de telefoon krijgt. ‘Kijk naar het nieuws vanavond’, draagt hij haar op. ‘Ik heb iets gedaan.’ Bijkans het enige wat er die avond op het journaal is, is de slachting bij Brown’s Chicken. Lockett belt naar haar moeder en vraagt haar om de krant van die dag te bewaren.

Een paar dagen later, als ze ontslagen is uit het ziekenhuis, is ze op bezoek bij Degorski, in het huis van z’n moeder. Juan Luna is er ook. Gedrieën zitten ze in z’n slaapkamer, in de kelder van het huis. Of ze wil weten wat Juan en hij hebben gedaan, vraagt hij.

Degorski doet z’n relaas zonder te verblikken of te verblozen, maar het valt Lockett op hoe Luna het verhaal van z’n maatje met een twinkeling in z’n ogen toehoort. ‘Het zat er echt van te genieten’, zou ze een decennium later voor de rechtbank verklaren.

Op haar knikken ter bevestiging, komt het hele verhaal er in geuren en kleuren uit. Degorski vertelt hoe ze oude kleren hadden aangetrokken, hoe ze op een gekke manier door de sneeuw liepen om hun sporen te wissen, hoe ze hun zakken vol met kogels hadden, hoe hun slachtoffers hadden gesmeekt hun niet te vermoorden, hoe Luna zijn voormalige bazin de keel had doorgesneden, en hoe ze hun revolver in de Fox River hadden gedumpt.

Degorski doet z’n relaas zonder te verblikken of te verblozen, maar het valt Lockett op hoe Luna het verhaal van z’n maatje met een twinkeling in z’n ogen toehoort. ‘Hij zat er echt van te genieten’, zou ze een decennium later voor de rechtbank verklaren. Degorski besluit z’n verhaal met: ‘Als je hier iemand iets van vertelt, vermoorden we je.’ Een dreigement dat hij later nog vaker zal herhalen.

Een decennium lang loopt Anne Lockett met het enorme geheim rond. Als een loden last torst ze de kennis met zich mee. In 1994 gaat de verkering tussen de twee uit, maar helemaal los van Degorski komt ze nooit. Ook niet als ze na de dood van haar vader met haar moeder naar Oregon verhuist, een half jaar later weer terugkeert naar Illinois, om psychologie te gaan studeren aan Eastern Illinois University. Eens in de zoveel tijd belt Degorski namelijk naar haar moeder, om te laten weten dat hij aan haar denkt.

In 2001 begint haar geweten haar meer en meer parten te spelen. Ze vertelt haar toenmalige vriendje van de moordpartij van acht jaar eerder. Samen spelen ze daarop met het idee om de politie een anonieme brief met alle info over de Brown’s Chicken Massacre te sturen. Maar uit angst voor represailles zien ze hier toch maar vanaf.

De ontboezeming an sich doet Lockett echter goed, merkt ze. Eindelijk een deelgenoot, eindelijk iemand die ze vertrouwt om haar vreselijke geheim mee te delen. Ze vertelt het verhaal vervolgens ook nog aan een kamergenoot. Ook die ontboezeming voelt opnieuw goed. Dan krijgt ook haar zus het verhaal te horen. En ook haar moeder neemt ze tenslotte nog in vertrouwen. Wel drukt ze deze op het hart om haar verblijfplaats toch maar vooral geheim te houden, uit angst voor de lange arm en wraak van haar ex-vriendje Jim Degorski.

Op een goed moment zijn niet minder dan tien mensen op de hoogte van wat zich op de avond van 8 januari 1993 in de Brown’s Chicken in Palatine heeft afgespeeld. Eileen Bakalla weet namelijk ook van de hoed en de rand, en zij heeft ooit haar eerste man in vertrouwen genomen. Toch duurt het pas tot maart 2002, dankzij Anne Lockett, en haar vriendin Melissa Oberle, dat het balletje gaat rollen. Het telefoontje van de laatste, naar de politiebaas van Palatine John Koziol, blijkt de 4842ste tip in de zaak.

En die komt als geroepen. Want gedurende ruim negen jaar en ondanks 4841 eerdere tips, is de politie ondanks duizenden manuren nog geen steek opgeschoten. Natuurlijk zijn er wel eens verdachten gearresteerd, zoals Martin Blake uit Elgin, een voormalige werknemer van Brown’s Chicken, die daar volgens de tipgever op niet zo fraaie wijze was vertrokken. Maar die moesten na verloop van tijd allemaal weer worden vrijgelaten. Zo gek veel aanknopingspunten waren er natuurlijk ook weer niet. Er was een gedeeltelijke afdruk van een oude Nike-gymp, er was het aangevreten kippenbotje, en er was het feit dat de overvallers kennelijk precies wisten waar de electriciteitsswitch zat. Het moest dus welhaast een bekende zijn, zo was de consensus. Maar de honderden Palatiners, klanten en oud-personeelsleden die in de loop der jaren over de zaak werden ondervraagd, brachten geen licht in de zaak. Oók Juan Luna en Jim Degorski werden, los van elkaar, op een gegeven moment ontboden op het politiebureau van Palatine, om aan de tand te worden gevoeld over onder andere hun alibi. Maar uitgedost op hun paasbest, deden ze geen belletjes rinkelen bij de dienstdoende ondervragers.

Het is 25 maart 2002 als Anne Lockett op het politiebureau van Palatine dan eindelijk haar verhaal doet. Behalve John Koziol is ook sheriff John Robertson en Scott Cassidy, assistant van de officier van justitie van Cook County, aanwezig.

‘Ik kan niet langer met dit geheim leven’, zegt ze.

Een maand later, in april 2002, klopt de politie op de deur bij zowel Jim Degorski als Juan Luna. Degorski woont intussen in Indianapolis, de hoofdstad van Indiana, een buurstaat van Illinois. Luna woont met zijn gezin in Fox View, een als slecht en gevaarlijk bekend staande buurt in Carpentersville, op maar een paar honderd meter van de plek waar hij en z’n maatje na de slachtpartij afspraken met Eileen Bakalla.

Beiden wordt gevraagd wangslijm af te staan. Beiden stemmen toe. Geen van beiden zien ze er namelijk enig kwaad in om wat van hun dna af te staan.

Beiden wordt gevraagd wangslijm af te staan. Beiden stemmen toe. Geen van beiden zien ze er namelijk enig kwaad in om wat van hun dna af te staan. Dna-onderzoek staat sowieso nog in de kinderschoenen, terwijl de twee er nog altijd van overtuigd zijn negen jaar eerder de perfecte misdaad te hebben gepleegd.

De politie beschikt echter over een krachtig stukje bewijs: het kippenbotje waarop Luna op de avond van de 8ste januari 1993 kort na binnenkomst heeft zitten kluiven. Dat botje dat door forensisch specialist Jane Homeyer werd veillig gesteld, en dat vervolgens van 1993 tot 1999, bevroren en wel, veilig opgeslagen heeft gelegen in een politievriezer.

Op 9 mei 2002 krijgt Bill King, sergeant bij de politie van Palatine, het verlossend telefoontje vanuit het laboratorium.

‘Zit je stevig?’, zegt de stem aan de andere van de lijn. ‘We hebben een dna-match.’

Het blijkt het dna van Juan Luna te zijn dat op het kipkluifje is aangetroffen. Hij is dus degene geweest die als allerlaatste een maaltijd heeft genuttigd in Brown’s Chicken & Pasta.

Daarop wordt Anne Lockett nognaals uitgenodigd voor een gesprek op het politiebureau in Palatine. Of ze niet nog een keer heel diep in haar geheugen wil graven? Naar iets wat de zaak helemaal waterdicht zou kunnen maken?

En verdomd: dit keer herinnert Lockett zich de naam van Bakalla, bij wie de twee verdachten de avond na de overval uithingen. Bakalla bevestigt daarop het verhaal van Lockett. Het net sluit, de zaak lijkt kogeltje rond. Het is inmiddels 16 mei 2002 als de politie voldoende bewijs denkt te hebben verzameld om Degorski en Luna te arresteren, en de nabestaanden van de slachtoffers te verrassen op het niet meer verwachte telefoontje: ‘We hebben ze.’

Juan Luna beseft al gauw dat er voor hem geen ontkennen meer aan is en doet – op video – een bekentenis. Hij geeft toe dat hij Lynn Ehlenfelt de keel doorsneed. Ook heeft hij op één van de mannen geschoten, zegt hij. ‘Maar ik heb hem niet vermoord. Jim heeft het afgemaakt.’

De rechtszaak, met als hoogtepunt het relaas van Anne Lockett, lijkt een formaliteit. Toch wil Clarence Burch, de advocaat van Luna, nog wel even weten hoe ze al die tijd zo’n enorm geheim voor zich heeft weten te houden. ‘Ze vertelden je dit verschrikkelijke verhaal’, werpt hij op, ‘hoe zeven mensen hebben geleden voor ze stierven, en jij hebt  er nooit iemand over verteld…?’

‘Ik was bang’, antwoordt ze, terwijl ze toegeeft dat ze na de  moordpartij nog zeker een jaar met Degorski bleef omgaan, voornamelijk om te blowen. Wel werd hij gedurende die periode steeds handtastelijker, zegt ze. ‘Vóór Brown’s was het vooral verbaal, maar erna mishandelde hij me steeds vaker fysiek.’

Die jury baseerde de schuld van Luna vooral op het dna-bewijs én de 43 minuten durende bekentenis op video die hij een dag na zijn arrestatie had afgelegd.

Ze zegt dat ze het horrorverhaal al die jaren heeft kunnen blocken. Pas toen ze in 2001 een college degree haalde in psychologie, durfde ze er weer aan te denken, en deelde ze het ook met eerst een vriendje en vervolgens een kamergenoot.

Toch duurde het nog tot 2002 voor ze, op aandringen van vriendin Melissa Oberle, naar de politie durfde te stappen. Had dat misschien te maken met de beloning van twee ton, die er op beide vrouwen lag te wachten voor de gouden tip? Nee, antwoordde ze. Ze wist namelijk helemaal niet dat er een beloning was uitgeloofd, verklaarde ze onder ede. ‘Het schuldgevoel overwon het tenslotte van de angst’, zei ze. ‘Ik was het de familie van de slachtoffers verschuldigd.’

Op 10 mei 2007 werd Juan Luna schuldig bevonden aan zeven moorden en veroordeeld tot levenslang. Het OM had de doodstraf geëist, maar omdat één van de elf juryleden tegenstemde ontsprong hij die dans op het nippertje. Die jury baseerde de schuld van Luna vooral op het dna-bewijs én de 43 minuten durende bekentenis op video die hij een dag na zijn arrestatie had afgelegd. De getuigenissen van Anne Lockett en Eileen Bakalla hadden minder een rol gespeeld bij zijn veroordeling, verklaarden de juryleden achteraf. ‘Die deden teveel drugs om geloofwaardig te zijn’, verklaarde er één.

Toch waren het de verklaringen van Lockett en Bakalla die ook Jim Degorski ruim twee jaar later, op 20 oktober 2009, voor het leven achter de tralies deden belanden. Bij hem waren er twee juryleden die de doodstraf voorkwamen.

Eind goed al goed en rust voor de nabestaanden, met de moordenaars voor het leven achter de tralies? Was het maar waar. De Brown’s Chicken Massacre kende alleen maar verliezers. Neem de drie dochters van de Ehlenfeldts, Joy (18) , Dana (21) en Jennifer (23), van wie de laatste als Jennifer Shilling tegenwoordig overigens zitting heeft in de senaat van de staat Wisconsin.

De drie jonge vrouwen verloren op 8 januari 1993 niet alleen plotsklaps hun ouders, maar kwamen behalve in een emotionele achtbaan ook nog eens terecht in financiële problemen. Van een erfenis was namelijk geen sprake. Zo zat al het spaargeld van hun ouders, zo’n drie ton, in de pas aangeschafte Brown’s Chicken-franchise. De dochters speelden even met de gedachte om het restaurant open te houden, bij wijze van eerbetoon aan pa en ma, maar ze kwamen er al gauw achter dat dat voor hen niet haalbaar was.

John Gregornik, eigenaar van het pand, kende weinig mededogen. Zaken zijn zaken en contract is contract, was zijn devies: hij klaagde de vrouwen zeven maanden na de moordpartij aan, omdat ze in zijn ogen het huurcontract niet nakwamen. De dochters hadden het restaurant weer open moeten gooien, vond hij. Twee jaar na de moordpartij eiste hij zelfs de lieve som van 6,5 ton van de Ehlenfeldt-telgen. Dat betrof een huurachterstand plus andere kosten. Geld dat ze – uiteraard – niet hadden. Uiteindelijk besliste een rechter in 1995 dat Jennifer, Dana en Joy Ehlenfeldt konden volstaan met een bedrag van 57.000 dollar.

De keten zag de inkomsten na de moorden in alle franchises met zo’n dertig procent kelderen. Mensen associeerden de naam van de keten kennelijk met het drama, dat in de media immers de naam ‘Brown’s Chicken Massacre’ had gekregen.

Met de tot 8 januari 1993 florerende fastfoodketen Brown’s Chicken & Pasta liep het evenmin goed af. De vlak na de Tweede Wereldoorlog door John Brown opgebouwde keten was vooral in de jaren zeventig en tachtig exceptioneel gegroeid naar een bedrijf met ruim driehonderd filialen in niet minder dan dertien Amerikaanse staten. Frank Portillo Jr. was in 1993 de directeur van de keten. Hij was samen met Brown in 1965 begonnen met het franchisen van het bedrijf. Met afgrijzen had Portillo een dag na de slachtpartij op tv gezien wat er in zijn filiaal in Palatine, IL was voorgevallen.

‘Wat ik toen voelde, heb ik nog nooit gevoeld’, zei hij daar later op 84-jarige leeftijd over in een interview met de krant Daily Herald. ‘In het begin moest ik steeds huilen als ik over het drama sprak, maar dat doe ik niet meer. Al zal het waarschijnlijk tot aan m’n dood bij me blijven.’

De keten zag de inkomsten na de moorden in alle franchises met zo’n dertig procent kelderen. Mensen associeerden de naam van de keten kennelijk met het drama, dat in de media immers de naam ‘Brown’s Chicken Massacre’ had gekregen. Ongefundeerde en irreële angst angst of niet, maar er waren veel mensen die niet meer naar een Brown’s durfden, en liever een deurtje verder gingen om bij de KFC hun portie kip te bestellen. Onder meer communicatie-experts adviseerden Portillo dringend om de naam van z’n keten te veranderen, in een poging om de zaak weer aan de gang en winstgevend te krijgen. Portillo wilde daar echter niet van weten. ‘Dat vond ik van weinig respect getuigen ten opzichte van John Brown’, aldus de directeur.

Achteraf is het mooi wonen, maar dit staaltje van naïeve loyaliteit kostte Brown’s Chicken & Pasta uiteindelijk wél de kop. In 2009 werd het faillissement van de keten uitgesproken, een bankroet dat naar schatting drieduizend mensen hun baan koste. Een investeringsgroep nam de resten van de keten over, en bestiert tegenwoordig zo’n 25 vestigingen, alleen in de staat Illinois. Eén van die filialen staat overigens in Palatine, als onderdeel van een strip mall, niet heel erg ver van de oorspronkelijk locatie. Dat gebouw ging overigens tegen de grond in 2001. Op de plek staat nu een Chase bank.

Alleen maar verliezers dus? Niet helemaal. Het is wrang maar waar: waar de dochters Ehlenfeldt berooid achter blijven en Brown’s Chicken uiteindelijk bankroet gaat, daar zit Jimmy Degorski er achter de tralies warmpjes bij. Dat zit zo. Een paar dagen na z’n arrestatie was Degorski door bewaarder Thomas Wilson in Cook County jail ‘zo maar’ in elkaar geslagen.

Degorski deed aangifte tegen z’n aanvaller en startte een civiele procedure. Niet zonder succes: Wilson werd ontslagen, en Degorski kreeg in 2014 een schadevergoeding van 451.000 dollar uitgekeerd.

Degorski liep bij dat pak slaag onder meer een gebroken jukbeen en een gebroken oogkas op, en liet het er niet bij zitten. Hij deed aangifte tegen z’n aanvaller en startte een civiele procedure. Niet zonder succes: Wilson werd ontslagen, en Degorski kreeg in 2014 een schadevergoeding van 451.000 dollar uitgekeerd.

‘Het is een mooie dag voor burgerrechten’, zei z’n advocaat naderhand, ‘als een jury z’n emoties opzij kan zetten, en zeggen dat burgerrechten voor ons allemaal gelden.’

Minder blij was Epifania Castro, moeder van de vermoorde zestienjarige Castro. ‘Are you kidding me?!’, spuwde ze. ‘Dit is een veroordeelde moordenaar, die nu z’n beloning krijgt. Dit voelt alsof hij is betaald voor die moorden!’ •

Dit was deel 2 (en slot) van het verhaal. Klik hier als je deel 1 nog niet hebt gelezen.

 

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen. Reuze makkelijk, via bijvoorbeeld iDEAL. Bedankt alvast!

Mijn gekozen waardering € -
Back To Top