skip to Main Content
Est. JUNI 2015
Rust Zacht, Bert

Rust zacht, Bert

“Zeg Geert Jan, even voor de goede orde, maar jij zou toch donderdagochtend al jouw verhaal leveren?”

Het had altijd toch weer wat, als je er via de telefoon door de zoetgevooisde stem van eindredacteur Bert Nederlof fijntjes op werd gewezen dat je je deadline weer eens niet gehaald had. Of dat er volgens hem veel te veel clichés instonden. In mijn onschuld dacht ik trouwens dat-ie vooral mij moest hebben. Maar uit tweets van onder anderen Maarten Wijffels en Sjoerd Mossou begreep ik dat ook zij vaak een lichtelijk verontruste Bert aan de lijn kregen.

Ik ontmoette Bert voor het eerst op 7 juni 1989, in het kantoor van hoofdredacteur Cees van Cuilenborg, een maandje voor ik zou beginnen bij Voetbal International. Het was de dag van de vliegramp op Zanderij. Eigenlijk had ook Bert in dat vliegtuig moeten zitten. Maar omdat enkele Suriprofs-van-naam op het laatste moment afzegden, vond Van Cuilenborg de trip niet zo relevant meer voor VI, en moest Bert thuisblijven. Aanvankelijk natuurlijk tegen zijn zin, maar op deze woensdag kwam hij tegenover Cees en mij even zijn zegeningen tellen.

Dit artikel lees je gratis. Als het bevalt kun je onderaan een kleine bijdrage doen, zodat ik dit soort artikelen kan blijven schrijven

Het was een tijd dat roken nog gezond en gezellig was. Rook je de sigaarlucht, dan was Bert (of Johan Derksen) in de buurt. Bert kon smakelijk vertellen. Over het feit dat hij ooit eens met een sigaar in z’n hoofd aan de tweede helft van een amateurwedstrijdje was begonnen. Over hoe hij het Albert Plesmanplein in Gouda (toen nog een rotonde compleet met zonnewijzer in het midden) eens op volle snelheid rechtdoor had genomen. Over hoe wijlen Piet Wolffenbuttel er bij zaalvoetbalwedstrijdjes van VI altijd op uit werd gestuurd om te informeren in welke kleuren tegenstander Oranje-Zwart of Blauw-Wit ’74 die avond zou spelen. Over hoe Jack van Gelder hem weer eens overschreeuwde als hij live een Oranje-doelpunt aan het beschrijven was.

Zijn gemopper was altijd amusant en had nimmer een kwade ondertoon. Als hij weer ‘ns met lichtelijke tegenzin was afgereisd naar een interview, kwam hij steevast razend enthousiast terug. Wát een kostelijke man, zei Bert dan, om het gesprek vervolgens in geuren en kleuren af te draaien. Slechts een enkele keer was Bert écht somber. Als hij vertelde over hoe hij de lijken in de catacomben van het Heizelstadion had zien liggen, bijvoorbeeld. Of als hij zich herinnerde dat hij niets had meegekregen van de stadionramp in Moskou, bij de wedstrijd Spartak-Haarlem in 1982, waarbij dik driehonderd mensen waren omgekomen.

Het was de voorbije dagen mooi om te lezen dat ik zeker niet de enige ben die warme en dankbare herinneringen koestert aan collega Bert Nederlof. Anton Lippold, Tom van Hulsen, Jeroen Grueter, Maarten Wijffels, Jaap Stalenburg, Han Kock, Leo Driessen, Rob Gillot, Hugo Borst, Jack van Gelder, David Endt, Renate Verhoofstad, Dick Holstein, Jan Leerkes, Jan-Hermen de Bruijn, Marieke Derksen, Marianne Hölscher, Freek Jansen, Tiemen van der Laan, Chris Tempelman, Simon Zwartkruis, Jules van der Wardt en Tijani Goullet tweetten allemaal hoezeer ze Bert waardeerden.

Waardeerden, ja. Verleden tijd. Want afgelopen zaterdag overleed hij. Rust zacht, Bert. En sorry voor al die gemiste deadlines. •

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen. Reuze makkelijk, via bijvoorbeeld iDEAL. Bedankt alvast!

Mijn gekozen waardering € -
Back To Top